E voto Dordraceno - pagina 540
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
:
540
meen en eenvoudig, en
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
voor
zelfde
een
reeds deze genadewerking in de takken
ieder bijzonder.
veelzijdig
is
Allen ontvingen in de wedergeboorte één
maar door de tweede genade ontvangt een
leven,
naar
VI.
zijn aard, overeenkomstig zijn aanleg, in verband
worsteling en levenspositie, al naar
God hem
genade
iegelijk
met
en
zijn strijd
Bunyan
dit verordineerd heeft.
heel anders dan Augustinus; Calvijn heel anders dan Luther.
En nu komt naar
tweede genade nog een derde, die niet op de
deze
bij
maar op de vruchten
takken,
de
doelt en die
verdorvenheid toch was zóó diep, en
herboren in den levenswortel, en
doen
dit nog,
is
zijn kinderen,
al heeft Hij
dat,
ook
al heeft
één
zijn,
Eu daarom moet aan
de beide
daden van genade nog deze derde soort genade toegevoegd, hierin
eerste
God de Heere de vrucht aan de takken vormt,
bestaande, dat
kweekt
en
stooft
allerlei insect
een
wierd
en
rijpen
en
doet,
die vrucht
die vrucht tegen vernieling door
en guurheid van het weder beveiligt. Zulke vrucht nu kan
bijzondere
gezien)
liefde,
of
genadegave
kan
het
(gelijk in
den apostolischen
tijd
zelfbeheersching enz. Dit maakt geen verschil. Steeds
rijke
nu
zoo
Is
genade
te
de
genade ?
er veel
een gewone genadegave van toewijdende
zijn
de aard van deze genadegave, dat ze vrucht uitstoot, Gode tot
drie
Onze
God u
de geestelijke takken in u
uitkomen, ge toch nog, zonder meer, nooit in staat zoudt
enkel bloesempje tot vrucht te voldragen.
zijn
God de Heere aan
gelegenheid van zijn kerk, öf algemeen óf speciaal gunt.
de
algemeene
maken
zij,
Z>oopsgenade
onderscheiding,
die
de onderwerpelijke
bij
dan ontstaat thans de vraag, Geeft
behoort.
Moet haar genade
de
heilige
blijft
glorie.
tot
welke van deze
Doop
ons de wortel-
takken gezocht worden ? Of wel schuilt
in de
ze in de vrucht?
En dan ontkennen we
het eerste.
Neen, de heilige Doop geeft niet de
wortelgenade en brengt niet de wedergeboorte teweeg. looven, tenzij hij eerst wedergeboren is,
kan en
zijn,
mag
zal zalig
zij
Symbolisch
hij
Op den
is
was ons wierd
besneden.
dit
het
Niemand kan
geloofd zal hebben en gedoopt zal het,
één geloof," en dan eerst volgt
Pinksterdag wierden gedoopt niet de ongeloovigen,
woord gaarne aannamen."
reeds in de Besnijdenis betuigd. Eerst geloofde
hem
Hiermee
tot
in
gerechtigheid
gerekend,
overeenstemming
leert
geloof
sterken.
Iets waaruit volgt, dat het geloof, eer
komt, er zijn moet,
om
de eenvoudige reden, die
we
daarna
en
dan ook onze
Catechismus, dat het Sacrament, en dus ook de Doop, middel te
ge-
en alleen degene in wien geloof
die geloofden, of gelijk er staat „die zijn
Abraham, en wierd
„Wie
gedoopt worden.
worden!" „Eén Heere
„e» één doop."
maar
zij,
men
tot
is
om
het
den Doop
niet genoeg herhalen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's