E voto Dordraceno - pagina 201
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK kenen, dat er
duizenden waren, die hun goed verkochten en hun geld
bij
opmaakten, denkende
bewandelde
steeds
om
speciale
allerlei
nu
weer
meer
straks heb ik er toch niet
:
weg en was
denzelfden
voorspellingen
tegen den vasten zetregel van
ook
201
I.
Schrift
echte profetie
alle
men
waarin
kringen,
de
in
aan.
En
in.
uit,
vinden, en zulks
te
zoo zijn er dan
over den grond der zaligheid heen-
en nauwlijks meer ernst maakt met de zuivere belijdenis der recht-
glijdt
men
vaardigmaking, maar waarin over
van
tal
vragen
menschen antwoorden
gesprek schier rusteloos loopen laat
alle
de toekomst, waarop toch geen kind des
rakende kan.
Ons zeggen, dat de kerk des Heeren meer dan dusver Heeren heeft
des
Het Chiliasme
evenzeer steeds op
er
men dus
in te leven, vatte
wederkomst
in de
vooral niet op in den zin,
gaven we daardoor eenigen prikkel of eeuige aanmoediging aan deze
als
ongezonde en in den grond ongeestelijke Apocalyptiek. de
Golgotha
strijden, zoo juist door
te
Zoon kussen, en brand
En
is.
die
zoo
anderen die
daarbij
Heeren voor ons ontsloten
het is,
dan
feller
zijn
den harden
elk gebied
strijd
zegepraal
des die
levens,
juist
aanbreekt
is
strijd
die
den
kroon in het stof neerwerpen ont-
van de Toekomst des
heerlijk vergezicht
dan wierd ons
om als rabom midden in
gegund, niet
dit
voor dien strijd bezield te worden door de dien strijd gesterkt en gestaald te worden
in
;
hen
ooit tusschen
op jaren en uren en detailtrekken te suffen, maar
bijnen
den
Gods thans op
heeft de kerke
toegebracht,
Neen, staande in
genieting van wat ons in Bethlehem en Golgotha
heerlijke
rijke,
door de zekerheid van den eindtriomf; en onder dien
strijd,
als
we
strui-
kelen en vallen, den zoeten troost in te drinken, dat de laatste overwin-
ning toch aan Christus en
Maar
in dien
zijn
zin dringen
volk
blijft.
we dan ook met onze
sterk op dit in eere herstellen van de verwachting van
En
Heeren toekomst aan.
dit is noodig.
Verreweg de meeste Christenen toch denken eigen dood. Dat boezemt ure
's
Geloofsbelijdenis zeer
voor hen gaan
zal.
hun belangstelling
Hoe
als het
iu,
niet veel verder
dan hun
hoe het in die ontzettende
lichaam koud wordt en
verstijft,
en
straks een prooi der ontbinding en der graven wordt, de ziel afgescheiden
van dat lichaam dan toch voort kan leven, en wat in dat komend leven haar dat
En hebben
lot zal zijn.
dan ook hun
lot
niet verder. Dit is
ze
nu eenmaal grond om
met de gezaligden
hun reeds genoeg en
zal zijn, nu, te
over.
te
mogen hopen,
dan vragen ze ook
En dan denken
ze zich
na
den dood een gelijkmatig, rusteloos durend voortbestaan, waarin hun
ziel
bij
En
Jezus dit
nu
is,
—
juist
en verder vragen ze
niet.
moet bestreden, omdat het wortelt
in geestelijke zelf-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's