E voto Dordraceno - pagina 359
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
Ge
kondigt.
kend
staat hier derhalve voor een onzeiierheid, voor een u onbe-
en hoe zou nu
besluit,
van
leven
uw
u onbekende besluit Gods over het
bepalen en richten kunnen. Natuurlijk ge
maar hoe zou dat
wil,
u een geheimnis
die voor
wil,
dit
ooit,
uw gebed
kind,
moet bidden naar Gods een
is
en
om
baarden
overeenstemming
in
Zoo zult ge in uw
wil.
in
iets anders, zoo
ge het toe-
smeeking legt het u den plicht op,
geestelijke
smeeking
uw gebed
van
gelden kunnen van
genade, dan wanneer ge het laat slaan op het gebed
in stoffelijken nood. Bij geestelijke
ooit
blijft?
Bidden naar zijnen wil beduidt dan ook heel past op het gebed
uwe
361
VI.
geestelijke
te
om
brengen met Gods geopen-
smeeking niet van den grond
uw gebed
den Middelaar afgaan. Ge zult
niet verder
dan de beloften Gods u hiertoe recht geven. Ge zult niet nu
uitbreiden
reeds een volmaaktheid begeeren, die ge weet dat eerst in de toekomende
eeuw uw deel kan
God u geen
zoo
gen, ge zult ook in
u
hoog
te
Woord
Ook
zijn.
vijf
zult ge tevreden zijn
met uw
talenten heeft toebeschikt. Of,
uw
om
drie talenten,
het kort te zeg-
gebed niet grijpen naar dingen die voor
geestelijk
zouden, maar u houden binnen de perken, die
zijn
God in zijn
voor zijn kinderen gesteld heelt. Hier kan en hier moet deze be-
perking u binden, omdat in het geestelijke Gods geopenbaarde wil voor u
en
ligt,
Maar
richten.
in het stoffelijke staat de
openbaring
bepaalde
elke
uw gebed u naar
dus ook in
ge
geopenbaarde
wil,
maar
hier geopenbaard werd
voor
den
alle wil
zaak heel anders. Hier mist ge
u omringenden nood. Hier
is
geen
Gods verborgen. En het eenige wat u
dat Gods verborgen wil alleen goed vooru
dit,
is
dien geopenbaarden wil kunt
en dat ge dus nooit anders moogt begeeren, dan dat die wil aan en
is,
door u volbracht worde.
uw gebed niet deti
Ook
hier is dus wel terdege eene omtuining van
en een bepaling voor
uw smeeking, maar
die beperking geldt
inhoud van uw smeeking, maar alleen de conditie van verhooring.
Elk gebed dus, waarin ge uw God aanroept
om
verhooring voor
ken nood, en dat bedoelt om, desnoods tegen Gods verborgen wil
uw
begeerte af te dwingen,
hebt ge in
uw
gansch
en openhartig
vrij
is
niet
in,
vroom maar goddeloos; en dan
nood naar den
stoflfelijken
stoftelij-
iville
Gods gebeden,
toch eerst
als ge, ja,
uw ziele voor uw God hebt uitgegoten, maar onder uw begeerte gevangen geeft onder het wijzer en
en na die uitgieting steeds
beter bestel van Gods raadsbesluit. „Niet gelijk ik wil,
Van den eenen kant lijken
God
nood
geen
schiep den
zij
er
beperking
dan ook of
meusch voor en
in
uw gebed om
uw
wil geschiede."
redding uit stoffe-
belemmering. Alle nood
is
onnatuurlijk.
in een paradijs, en de trek in ons hart
naar een staat ook van uitwendige heerlijkheid
is,
God
zij
lof,
in ons hart
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's