Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 488

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 488

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

490

XLIX. HOOFDSTUK

ZOND.

niet

roerender

in

gedaan

Het

is.

is

en een last over ordinantiën,

die

worden

toon

uitgejubeld, dan het door dezen zanger

druk

dorre, gebiedende wil, die als een

niet een naakte,

hem hem

II.

komt, maar een schoone, heerlijke orde van heilige gedurig

verrukking brengt en waarvan

in

de

hij

verborgen heerlijkheid niet breed genoeg in woorden kan uitdrukken. „In

is

overmacht en oppermacht, die

niet een

bukt,

hij

maar het

Gods

zijns

zijn

metele

voelt kloppen, zoodat hij ontwaart, „hoe

voor

ziel

En daarom in

Het

oplegt, en waarvoor

het hart

hij

Gods geboden hem

Zijn ingaan tegen die geboden,

heilig kunststuk, dat zijn

ontsluierd heeft.

God hem vergunde

als

zeer wijd."

maakt dan ook

den indruk van heiligschennis en van het schenden met ver-

hand van een

hem

is

de vaderlijke verordineering, waarin

is

Zijn liefde trekken."

tot

op

uw gebod hem dit gebod

ding heb ik een einde gevonden, maar

alle

Hem

er geen

is

dezen

Het

is

God

het verbreken van het altaar, waarop

offerande van zijn toewijding te brengen.

de

commentaar op deze derde bede zoo welsprekend

o verheerlijken

psalm voor ons

ligt.

van Gods kind, dat er de hand naar

niet de bede

Wet

in zijn heilige

„Uw

wil geschiede" is

uitstrekt,

om,

als

het dan

moet, zich te schikken en te zwichten, maar de bede van den geloovige, die

Gods Wet

lief kreeg,

door het schoon van die afbidt,

Gods

Wet

wil alleen schoon en goed bevond, en

bezield en aangetrokken, het van zijn

dat Hij door genade zijn

ziel

met

die Goddelijke

Wet

nu

God

vereenige.

TWEEDE HOOFDSTUK. Looft den Heere, zijne engelen, gü krachtige lieiden, die

zijn

woord

doet,

gehoorzamende de stem

zijns

woords.

Psalm

De derde bede brengt ons maal met de hemelen

in

in het zoo korte

de

bede,

of

„Onze Vader" voor de derde

aanraking. Eerst was dit geschied door den aan-

hef: „Onze Vader, die in ie hemelenzijt" in

103: 20.

De tweede maal

greep dit plaats

het Koninkrijk der hemelen mocht komen.

En

hier

nu

geschiedt het voor de derde maal: „TJvf wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op aarde." Dit wijst alzoo in het algemeen op de neiging van

wie bidt,

om

alle heil te

van deze aarde naar den hemel op

te

zien, uit dien

hemel

verwachten, en naar dien hemel, als naar een heiliger, hooger

werkelijkheid, de ziel op te heffen. Intusschen ligt in de wijze, waarop in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 488

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's