E voto Dordraceno - pagina 335
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK plaats
Dit
schrijven.
te
335
overeenstemming met Eom. V:19, waar
in
is
VIL
evenzoo staat: ,Alzoo zullen ook door de gehoorzaamheid van éenen tot is
De
rechtvaardigen gesteld worden."
6:
men
dat
zelfs:
ook
„Gelijk
rechtvaardig gesteld of gerekend wordt. Zoo
David den mensch
«;«?e?z
vaste uitdrukking der Heilige Schrift
zalig spreekt,
Rom. IV:
welken God de recht-
vaardigheid toerekent zonder de werken." Geheel in den zin van wat Job
(Xm
zegt
18): „Ziet nu heb ik het recht ordentlijk gesteld
:
verklaard worden."
ik rechtvaardig zal
XV
III
Gal.
6,
:
Rom. IV 3
6,
:
De
;
inzage van Jac. Il
weet dat
ik :
23, Gen.
Het
enz. zal dit nader bevestigen.
:
is
alzoo een rechtvaardig stellen, verklaren, rekenen, en nooit in eigenlijken
„rechtvaardigmafcen." Het beroep der
zin een
LUI
Jesaja
sen toch
den
11 en Dan.
:
3 verandert hier niets aan. In beide plaat-
:
geen sprake van een bovennatuurlijke inwerking, waardoor in
is
een omzetting van onheilig in heilig zou worden tot stand
zondaar
maar beide malen van een onderwijzing, waardoor het
gebracht,
aan
rechtvaardigmaking LIII
11
is
het
rechtvaardigen,"
en
in
Jesaja
XH
Roomsche godgeleerden op
:
feit
de uitverkorenen betuigd en ontdekt wordt. de
der
In
Messias, „die door zijn kennis er velen zal
Dan. XII
:
3 zijn het de leeraars., die de recht-
vaardigmaking aan den zondaar hebben aangeboden.
Hiermee
is
natuurlijk niet ontkend, dat er rechtstreeksch verband be-
staat tusschen het éene
feit,
God ons rechtvaardig
dat
verklaart, en het
andere, dat Hij ons omzet van onheilig in heilig, en kan Beza wel gelijk
hebben, dat in Titus 111:7: „opdat
niet op de lechtYanTAigverklaring,
ons gedoeld wordt.
in
zoo
wij,
gerechtvaardigd zijnde door zijn
erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens,"
genade,
Maar
dikwijls de Heilige Schrift
spreekt,
ze
altoos
bedoelt
:
maar op het
vernietigen van de zonde
waarheid omrer dat,
dit stoot allerminst de
van de „rechtvaardigmaking des geloofs"
een houden, een rekenen voor rechtvaardig,
een rechtvaardig verklaren en rechtvaardig stellen.
Reken dat
ik
nu iemand rechtvaardig, dan
het niet
hij
rekenen,
is.
Anders toch zou
ik
ligt
hem
gerekend wordt,
is
deloozen rechtvaardigt en rechtvaardigt
om
God
God
kunnen
Hij die voor
dus feitelijk in zich zelven
rechtvaardige. Vandaar dat de Heere onze
die
„de god-
rekenen.^ doet het er
dus niets
een
is
ge reeds wedergeboren, reeds bekeerd of reeds tot het geloof
gekomen. Op zich
mee
zelf heeft het
uitstaande.
gerekend worden
Het rekenen
God
nog een on-
niet.
Voor de vraag of God u rechtvaardig kan
niets
niet voor rechtvaardig
maar voor een rechtvaardige moeten erkennen.
rechtvaardig
toe, of
hier vanzelf in opgesloten,
als
zijt
rechtvaardige hier
als rechtvaardige ondersteld veeleer, dat
ge niet rechtvaardig, maar in u zelven nog een goddelooze
zijt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's