Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 458

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 458

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLVII. HOOFDSTUK

460

dienst zijns Gods, op de heiliging van zijn digen, valt hij zich altoos tegen, en droefenisse, dat hij

maar de ootmoed,

niet de hoogheid

En nu en

zijn

stille

te

hij

zichzelven niet bevre-

een gedurige oorzaak van

Naam met heel

Immers

zijn existen-

in het Christelijk karakter

niet de trots

maar de zachtmoedig-

om

inspanning,

Alle

twee.

die

eigen leven te schikken

richten, doet neigen tot inbeelding en zelfvoldaanheid, en

doel van dat schikken en richten

mag

gespeende kind. Het kindeke

geworden

is,

moet

is juist

zijn,

het

stille zijn als

van God, ook

in het kind

wat het

als hij

het

man

nooit ondergaan.

Daarom nu gaat gemeenschap met afsmeeken

een

hem

den vrede zoeken, en het kleinachten van zichzelven.

en

strijden

het

maar de lankmoedigheid en het gaarne vergeven,

heid, niet de hoovaardij

het

Naam, kan

van Gods

en persoonlijkheid niet kan komen.

tie is

tot het heiligen

is

III.

zijn

en

schikken en richten

dit

bij

God, in de smeeking en

afbidden van

zijn

een kind van

in de

gebeden

toe.

God

in de

Het wordt

God, of Hij in ons dat Christelijk

karakter door genade wil vastleggen, opdat we ook in onze geheele existentie

en

verschijning zijnen

ons inwendig is

heiligt,

er niet een

om

Naam

dan

heiligt ons leven

maar

dan

is

in gedachten,

Naam

zijn

Naam. En dan

woorden en werken,

zou kunnen gelasterd wor-

de uiting de geheele uitgang, de uitstraling van ons

leven, en, als het eens uit zelf zóó,

Als God door zijn genade

en ons bestaan

bang en vreesachtig bestaan

toch niets te doen, waardoor Gods

den;

van

heiligen mogen.

is,

het resultaat en de vrucht van ons leven,

dat in weerwil van onze zonden, ook wij toch als een star

aan Gods hemel geblonken hebben, en een schijnsel achterlaten dat eere gaf aan den Heiligen

Naam

onzes Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 458

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's