E voto Dordraceno - pagina 74
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
74
XX. HOOFDSTUK
ZOND.
I.
Schriftuur als i^ersoon voorkomt. Als gezegd wordt dat de Heilige Geest
gaven deelt aan een
„zijn
kenning
Rij wil'\
iegelijk gelijk
is
reeds deze ééne toe-
den Heiligen Geest van een wil volkomen genoegzaam
aan
om
de persoonlijkheid van den Heiligen Geest te bewijzen, want een instrument
kan geen
of een kracht
Ook
wil hebben.
Paulus in denzelfden eersten
als
Gods
Korintherbrief de eene maal zegt dat we „tempelen
woont",
Geest
en
die in ons woont",
als
God
uw
pleit
wel
ander maal dat we een „tempel
een
dan
onze
voor
vorm en wezen aan wat ge
De
vergist u, zoo ge waant, dat ge hiermee
gewonnen en uw doel bereikt hebt. Teksten op
bewijskracht
zaak
is
ons
de openbaring van den Heiligen Geest
is
Maar ge
onbetwistbaar.
zijn, die in
van den Heiligen
zijn
overtuiging, belijdt voor
dan ook zoo eenvoudig
zichzelf
hebben
maar geven daarom nog geen
uw
innerlijk besef.
niet.
Indien er toch nooit anders in de Heilige Schrift van den Heiligen Geest
dan
van
als
persoon gesproken wierd, zou de gestadige lezing der
een
Heilige Schrift ons veel geleidelijker in die eenig ware voorstelling inleiden.
Maar
zoo
is
het niet. Er wordt ook, en zelfs meer, in de Heilige Schrift
van
den
Heiligen Geest gesproken, als van een gave die ontvangen, en
van
een
kracht
die
die
ingestort
kracht herhaaldelijk kortweg
bestempeld, raakt
men
licht in
En overmits nu ook die gave en met den naam van „Heilige Geest" worden wordt.
de war. Als Jezus op zijn discipelen blaast,
en tot hen zegt: „Ontvangt den Heiligen Geest", en
dan daarna pas
als
den Pinksterdag de Heilige Geest op de apostelen en de verzamelde
op
wordt
uitgestort,
voelt
zeggen
niet
een
ontvangen
van
bedoeld
zijn.
En
geloovigen
tot zijn kerk pas
toch terstond, dat in dat eerste
Heiligen
evenzoo, als het persoonlijk
Geest
bidt:
het
duidelijk,
alle
persoon kan
komen van den Heiligen Geest
„Heere,
neem uwen Heiligen Geest
dat hier niet de persoon,
maar
en de kracht van den Heiligen Geest kan bedoeld
Voor
als
op den Pinksterdag plaats greep, en David niettemin in
Psalm LI toch
men den
dingen
is
het dus hoog noodig, dat
niet
van mij
!"
dan
is
slechts de inwerking zijn.
we ons
duidelijk en klaar
dat onderscheid tusschen de tweeërlei beteekenis van den Heiligen Geest in de Heilige Schrift scherp voor
oogen
stellen.
Het moet ons
diep inge-
prent, dat de gaven, krachten en werkingen van den Heiligen Geest, juist
omdat het geestesgayen, geestelijke krachten en
met de krachten en werkingen van onzen worden, herhaaldelijk kortweg met den worden.. Zoo
zeggen ook
wij
geestelijke
werkingen
eigen geest niet
naam van
zijn, die
mogen verward
Heilige Geest bestempeld
nog: „Hebt ge Brakel, hebt ge Lodenstein
gelezen? Kent ge a Marck of Maestricht?" en dan antwoordt de kenner
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's