E voto Dordraceno - pagina 29
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
En
HOOFDSTUK
Wet
dat ontzettende nu, dat de
aankomt op ieder
vernielend
die
is,
II.
23
I.
des Heeren een schrikkelijke vijand die haar krenkt en breekt, dit ligt
Wet Gods is. de Wet van God, maar
daaraan, dat het de
Was
het
niet
v.
de wet van het noodlot
dan toch kon de vernieling nooit verder gaan dan de natuur-
niet
zijn;
lijke
werking dier wet
Maar nu een
voor
b.
wet van de natuur, of van het gevoel, het zou nog zoo schriklijk
de
of
achter
Wet
God
levenden
is,
die Wet Want nu zit
nu wordt
die haar aanrandt, een verterend vuur.
iegelijk,
die
Wet van den
de
het
strekt.
Wet
almacht, achter die
hemel noch op aarde de
oneindigheid, en stuit niets in
talloos doordrijvende en
voortstuwende mogend-
heid van haar vaart.
Durft
de hand tegen haar opheifen, dan grijpt ze u aan en
eens
ge
u terug en
dringt
laat
u niet
van haar doodelijke werking
los,
en rust
den einde
tot
niet,
toe,
eer ge het alleruiterste
naar
ziel
en lichaam beide
ervaren hebt.
Daarom vuur
zegt de Heilige Schrift dat in die
waarbij niemand
is,
En zoo is Uwe ellende, Niet
ja die kent ge enkel en alleen uit de
nu uw
daarmee
Wie
Wet Gods.
in dien matten, flauwen zin, alsof bedoeld ware:
minkt ge
die
zelf een verterend
het dan diep en innig waar, wat de Catechismus ons zegt:
u een beeld van uw eigen wezen, hoe ge en
Wet God
wonen kan.
Die
Wet
geeft
moest, schoon en heerlijk,
wezen vergelijkend, bespeurt ge hoe ver-
werkelijk
zijt.
Wet
spreekt, kent de
zoo
denkt
zijn
nog meer aan een stuk
des Heeren niet als een levende Wet,
waarop eenige woorden staan,
papier,
en heeft nog nooit gevoeld wat die ontzaglijke macht des Heeren tegen
hem
is,
die in de
Wet
inkomt.
Wet des Heeren als een zwarte onuw aanzijn drijven, ja, waarlijk, dan zult ge het uitnemend beseffen, dat al uw menschelijke ellende van dat, als die Wet maar weg kon, ook u opdie door u gehoonde Wet komt eens een pak van het hart zou vallen en dat al uw ellende feitelijk u door ja, dat die Wet u voor eeuwig zal dooden. die Wet wordt toegebracht o. Die Wet des Heeren is zoo lieflijk voor wie een Verzoener voor zijn zonden vond. Dan jubelt de ziel in die Wet des Heeren, want dan is Maar kwaamt ge
daartoe, ziet ge die
weerswolk steeds boven
uw
ziele
en boven heel
;
;
;
ze het rijkste en heerlijkste dat zich denken laat.
Maar juist
juist
daarom
omdat is
ten vijand kreeg.
die
Wet u
zoo heerlijk maakt, als ze
u ten vriend
ze ook zoo schrikkeKjk en ontzettend voor
hem,
is,
die ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's