E voto Dordraceno - pagina 19
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XXXVIir. HOOFDSTUK
ZOND.
21
III.
toone van het leven, dat ons in de heerlijkheid wacht, „als wij hem, die
het beeld Gods
omdat we hem
gelijk zullen wezen,
is,
zien zuUen, gelijk
is."
hij
enghartigheid
Alle
voortaan
Gebod
vierde
het
bij
Keeds
denken.
gebannen. Kinderen Gods mogen
dus
hier
dient
meer
niet
anders onderwezen, en ons geleerd, dat leven
Ook de
slaat.
van
licht
gebod,
gebod op heel ons menschelijk
hangen
blijft.
Een hooger standpunt moet
de algemeene ordinantie Gods voor heel ons leven moet
Op
teruggegaan.
dit
over dit gebod gaat dus mank, zoo ze
predikatie
uitsluitend in de Sabbathsquestie
ingenomen.
uitsluitend aan den rustdag
eeuwen lang heeft de Catechismus het onzen kerken
drie
daardoor moet ook de regel van den Sabbath in het
Juist
algemeene
deze
oridinantie
En
beschouwd.
de zegen van dit
zich dusver bijna uitsluitend bepaalde tot de Zondagsviering,
die
moet uitgebreid over heel onze menschelijke
existentie.
Hieruit volgt dan tevens, dat de twee stukken die de Catechismus noemt, ten eerste de kerkedienst en ten tweede
God
:
alle
ons werken
laten," niet los naast elkaar staan,
streeks
het
uit
denkbeelden
Vooreerst
:
u werken
in
van
regel
en
voortvloeit,
dat
uw
We
krijgen dus drie
menschelijk leven vervorme naar den
Ten tweede: Ge
goddelijk leven.
is.
dagen uws levens God den Heere
zult alle de
opdat Hij
laten,
zijn
Ge
:
recht-
de tusschenschakel, van de
den rustdag, hier vanzelf in begrepen
van
viering
andere
de dagen des levens „in
maar dat het ééne
zult,
wijl
de rhythmus
van het zevental in het goddelijk leven zich openbaarde, dezen rhythmus
van
ook
zevental
het
den rustdag
derhalve
de kerke Gods in
in
uw eigen menschelijk leven laten gelden, En ten derde: Opdat dit alzoo zij, zult
vieren.
en gij
openbaring brengen, en met haar inhoud
dit leven tot
den anders ledigen rustdag vervullen.
Ook het
vierde
Gebod dringt dus
stelde levenskringen in. dit
gebod
stroom
;
uit
drijft
niet te kiezen
een wigge tusschen twee tegenoverge-
Die tegenstelling
rijst
voor elk gebod, en zoo ook voor
de zonde op. Buiten de zonde gerekend, gaat er slechts één eenzelfde ademtocht heel het leven in eenzelfde richting ;
en
van
is
Had
die
kwam
geen
mogelijkheid
zijner ziel
tegenstelling
geen
strijd
is
er
alleen uit de gegeven mogelijkheid tot
even
in
het
Paradijs bestaan, als ze
geheel ontbreken zal in het leven der heerlijkheid, dan zou zelfs in geest
;
geen sprake. Dat toch reeds in het Paradijs
strijd
tegenstelling en strijd ontstond,
zondigen.
als
zijn
gestreden
opgekomen, zijn. Zelfs
en
zou
Adams
er in het binnenste
het proefgebod ware dan ondenk-
baar geweest. Maar nu, na het insluipen en voortkankeren der zonde, die tegenstelling in het leven zelf ingedrongen en die
strijd
is
op ons bestaan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's