E voto Dordraceno - pagina 281
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIV5. HOOFDSTUK
maar
ontvangen,
wereld
komt
zijn wereld
Heeren, en wat Jan van Leiden
eerst
Munster zocht
te
283
I.
met de wederkomst des te realiseeren,
was slechts
een uitwas aan die anders ideale verwachting. Anders daarentegen stond
met de Naaktloopers.
het
Doopersche wezen
Dezer
kleeding
dat wel
iets,
En
natuur hoort.
natuur
dige
afsnijdt,
volkomen
gemengde
is
met de zonde opgekomen, en
eerst
de verdorvene natuur, maar niet
bij
maar
zich
alzoo
de heilige
terstond actueel werkt, en opeens de zon-
men
weer
bijeenkomsten
toonen volgde niet uit het
was
stelt,
het kleed wegwierp, en zich zelfs in
vertoonde
Het
Adam
gelijk
en Eva elkander
zoo, het op straat zich aldus ver-
is
maar dan toch wel het zonder kleeding
stelsel;
En men weet dan
het alzoo onderling saamzijn.
in
bij
en er een heilige natuur voor in plaats
consequent, dat
gezien hadden in het Paradijs.
verschijnen
vloeide rechtstreeks uit het
overmits het Doopersche systeem inhoudt, dat de weder-
geboorte, niet potentieel,
het
systeem
Immers de mensch vóór de zonde schaamde
Het gevoel van schaamte
niet. is
voort.
nog in onze eeuw de dusgenaamde Latter day saints
ook, hoe
in Zuid-Afrika,
en
enkele verwante groepen in Brazilië tot gelijke praktijken zijn teruggekeerd.
In den hemel, in den staat der heerlijkheid, verheerlijkt
zoomin
als
acht
leven
lichaam
van de
verschijnen
schaamte
uiterlijke
echte Doopersche
als
kan
zullen,
sprake
nu reeds
de uitverkorenen in hun
van kleeding in onzen zin zijn.
Welnu, dat hemelsche
bezitten, en vandaar deze
te
excessen, die natuurlijk ten slotte zondig uitliepen en voet gaven aan het
antinomianisme, maar die oorspronkelijk goed en heilig waren bedoeld.
De
strijd
over dit Perfectionisme
dan ook niet uitgestreden zoo ge u
is
op eenige Bijbelplaatsen beroept, en daarmee de zaak afgedaan acht. Verwijst
gij
toch naar uitspraken als deze: „Zoo Gij, Heere, de ongerechtig-
heid gadeslaat, wie zal bestaan?"
wegwerpelijk
„Wie
kleed;"
„Alle onze gerechtigheden zijn als een
kan zeggen:
ik
wij
is
UI
„Een
1
niet,
want Gods zaad
Joh.
9
:
:
dan verwijst de Doopersche u op
iegelijk die
blijft in
hem
;
en
God geboren
uit hij
„Indien
uw
dagen;" naar Deut.
uw gansche
XXXVI: 27
:
hart en
„Ik zal
maken dat
gij in
beurt
doet de zonde hij is
hart van Asa was volkomen
XXX:
uw zaads, uw gansche
hart besnijden, en het hart
hebben, met Ezech.
zijne
is,
zijn
kan niet zondigen, want
God geboren;" naar 2Kron. XV:17: „Het
met den Heere aUe
en
—
in ons niet ;"
naar
zal
:
zeggen, dat wij geen zonde hebben, zoo verleiden wij onszelven en de
waarheid
uit
heb mijn hart gezuiverd en in vele ;" of eindelijk
ben rein van zonde?" „Wij struikelen allen
uw God om den Heere uw God lief te ziele,
6: „De Heere
opdat
gij
levet ;" naar
mijne inzettingen zult wandelen,
mijne rechten zult bewaren en doen;" naar Rom. VI: „Wij die der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's