E voto Dordraceno - pagina 241
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK VII.
En nu moet
ge niet zeggen, dat Jezus in de gelijkenis van den armen
Lazarus en den
man
rijiien
toch van dien
en zijn oogen opendeed in de hel"
zaak
lijke
want heel deze
;
tastbaren vorm afbeeldt.
in
dan
opvatten,
letterlijk
man
rijlven
zegt: „dat hij stierf
gelijkenis toont, dat
we
overdrachtelijke voorstelling te doen hebben, die eene geeste-
met een
hier
241
arme Lazarus
zou
Want woudt èn de
uit volgen, dat
er
terstond na den dood weer
reeds
ge deze gelijkenis
man
rijke
èn de
met hun lichaam
ver-
eenigd werden, en daardoor brandende lippen konden hebben, en een vinger
om
een gestorvene
lichaam eerst na den jongsten dag terug erlangt, dan
zijn
maar moogt ge dan
dat Jezus hier overdrachtelijk spreekt;
blijkt hieruit,
ook die woorden: „Hij deed
De oogen
zin opvatten.
oogen op
zijn
in de hel", niet in lichamelijken
waren
die hij in de hel opdeed
maar van
lichaam,
zijn
zijn
en de hel waarin
ziel,
hij
dood kwam, was niet de zichtbare plaats van eeuwig geestelijke
moet
Nu
van
hel
van
zijn
Die
in de groeve.
door
men
ons
ontsluit,
graf
maar één
komen we op het graf
kuil,
die groeve, dat graf is als het
zoo, is
om
als
wel bezien, uit het
maar
Gods wondermacht tusschen
De zaak
komen
staat dus
geen wonder geschiedt, het graf het voorportaal der hel
is
om is
en
bij
kuil en de groeve dragen
en in het graf en in den kuil
ontbinding, er
en afgrijzing vervult. Hemelsch
De
van smaad en ellende en
elk opzicht het karakter
en benauwend. Er
aan
is,
en dat alleen, zoo er een wonder van genade aan ons geschiedt,
vernedering. Het
is
niet een zijweg voor
dien rechten gang te breken en een zijweg opent,
een zijweg ontsloten wordt naar den hemel.
dan ook in
met de
ware de poorte, waar-
den kuil en uit de groeve eens in den hemel.
blijft,
den kuil of
uitgang, en die uitgang voert niet naar den hemel,
dat, als er
en
God Er
rechtstreeks op de hel uitloopt.
naar de plaats der afgrijzing; en alleen
uit
maar de
terug, een zekere
afgrijzing in het nederdalen in
het donker portaal intreedt, dat, zoo
beide treedt,
terstond na zijn
afgrijzen,
zielsangst en van wanhoop, die het deel
schriklijke
er echter, en hiermee
ligt
is
er
is
verderf,
er is
schriklijke alles
aan het graf op zich
zelf niets,
en
schoonste bloemen en de rijkste grafmonumenten kunt ge nooit
blijft iets
ijselijks,
dat
we voor
kuil in moeten, en daar de prooi
lend
bang
wat ons met walging
den kuil of aan de groeve heur ontzettend karakter ontnemen.
en
van
niet de oogen
wie sterft buiten zijnen Heere.
al
voorsmaak van de plaats der
we
omdat
het water te doopen. Vat ge daarentegen dat dit niet kan,
in
gedierte
moeten
worden,
Het
zooveel ons lichaam aangaat, in dien
van het graf en de buit van het wieme-
en
dat
al
onze
üchaamsschoonheid in
walging en stank vergaat.
We
drukken
E VOTO DORDR.
II.
dit opzettelijk zoo sterk uit,
om
voelbaar te maken, wat
16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's