E voto Dordraceno - pagina 186
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
186
XX Ib.
ZOND.
Dat nu God de Heere deze verworpenen
dat
feit,
de
bij
tegen
Hij
weldaad toch
bij
deswege
verplicht
Genade
ook
geen
onrecht.
uitverkorenen
als
toch was er niet toe
Hij bij
zou
zijn,
genade
ze
hetzelfde
te
En
de verworpenen.
de vreeslijke verharding der zoude
de uitverkorenen doet, volgt in het minst
omdat
is,
weldaad niet ook aan de
zelfde bijzondere
God
in
is
zoomin
gehouden, het
doet
HOOFDSTUK IV.
doen
bij
uit
in,
nu deze
niet,
dat Hij
de verworpenen.
vrij.
is,
Juist daardoor echter gebeurt het nu, dat de verworpenen hier op aarde
geen weet noch deernis van hebben. Een verworpene gelooft niet
er ook
aan de praedestinatie Gods. Hij gelooft alleen aan
En
king.
als
geschied, dan benijdt
omdat
hem
Hij
zijn eigen wilsbeschik-
de uitverkorenen jubelen hoort van de genade aan hen
hij
hij
ze niet, en denkt er niet aan,
genade bewees; maar
niet gelijke
hij
God
te betichten,
verklaart kort en
goed dezen jubel van Gods kinderen voor hoogmoedige inbeelding en voor
om
en spot
zieleheil is er bij
den ver-
onnoozel zelfbedrog. Hij hunkert er niet naar, maar lacht er
soms mee, en van bekommering
er
om
eeuwig
worpene nooit sprake. Slechts één enkel maal komt het voor, dat de doodelijke zielsangst zulke
personen aangrijpt, zooals het voorbeeld van een Ezau en van een Judas toont.
Doch ook dan
of een
hunkeren der
mogen
te
wat
dezulken de
^n
zijn.
geen
het niet heimwee naar eenige genade die hen
ziel
om
in het geval
dan
is
te
beangst
en
Wroeging
de keel toenijpt,
waar
is
als
niet.
schriklijke
geen verademing voor
Helsche benauwing
krijgen.
drijft
van Gods uitverkorenen besloten
Och, „het bundelken der levenden" kennen ze
consciëntie.
lucht
is
om
te
is
Neen,
wroeging en waarin
stikken.
Want
conscientiewerkingen, wel te onderscheiden van een geestelijke verbrijzeling des
harten,
wel
zeer
en droefheid naar God,
Dat getuigt
zeker.
geest, zoo
menig omdolende
hand aan eigen leven lijk
sloeg,
hebben ook de verworpenen
in onrust en
wanhoop, zoo menigeen
die
de
en ook zoo menig verworpene die een schrik-
sterfbed heeft.
Ook
dit
laatste gaat niet altoos door. Bij
die buiten Jezus sterven, en die toch
dat
die
ja,
u genoegzaam zoo menig verwilderde van
men zeggen
zou, hoe
is
duizenden sterven ze heen,
kalm en gelaten den adem
uitblazen,
het mogelijk, zonder een borg voor zijn
iiel
en een hope des beteren levens zoo aandoenlijk en gevoelloos de eeuwigheid in te gaan!
En
toch zoo
komt het gedurig
voor.
Voor
zelfs,
dat als er twee sterven
de ééne begenadigd en de andere onbegenadigd, en dat dan toch de begenadigde veel zwaarder doodstrijd heeft dan de verworpene, die alsof ziel
te
hij
geen
verliezen had, wegsterft als een hond, zonder te kreunen of te blaffen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's