E voto Dordraceno - pagina 32
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XIX. HOOFDSTUK
32
hemel"
ten
elkaar
voer
en
,zijü
Henoch noch
aan de rechterhand in de hoogte"
zijn
opgenomen
wierd
bij
Gods rechterhand zouden hebben. En dat
teert,
die
alsdan
de
in
er
hij
en Elia
stierf,
als
de heilige apostel Paulus profe-
Jezus' wederkomst een geheele schare der geloovigen,
bij
op
aarde leven
dan
lucht,
zonder dat
uit
met vurige paarden en vurige wagens, maar noch bij EUa denkt iemand er aan, dat ze deswege zitting aan
hemel
ten
gezet
Henoch
liggen.
I.
hem
op zal worden genomen,
zal,
toch ook
ligt
tegemoet,
deze heiligen der laatste dagen elk
bij
denkbeeld verre, alsof hun „hemelvaart', zonder sterven daarom dooreen
Gods rechterhand stond gevolgd
gezet worden aan
Ook
den
bij
wel
hij
als
dat
ware het derhalve alleszins onderstelbaar, dat
Christus
zijn
zoonoSer in het heiligdom had ingedragen
nog
bovendien
hij
macht ware
gewone
worden.
onze Middelaar ten hemel ware gevaren, en wel als ten hemel
gevaren Middelaar zonder
te
en
met
afzonderlijk
;
maar
die geheel buiten-
bekleed, die uitgedrukt ligt in zijn zitten aan
Gods
rechterhand.
Beide
trappen
van
gehouden.
Een
andere
verhoogiug
dienen
scherp uiteen te worden
dus
de glorie van zijn Hemelvaart en een andere
is
de
Majesteit van zijn gezet zijn aan Gods rechterhand. Zijn Hemelvaart
is
de
machtdaad
hemelsche
leven
is
terhand daarentegen krachtens
Middelaar
is
met een
alsnu
te
uit het
aardsche in het
onze Middelaar het altaar
als
bedienen. Zijn gezet zijn aan Gods recht-
die vrijmachtige
eeuwig
zijn
om nu
overgebracht,
daarboven
in het heiligdom
Hij
waardoor de Christus
Gods,
daad van God Drieëenig, waardoor
Raadsbesluit
aan
den
goddelijke
in
den hemel verschenen
almacht grenzende majesteit
heeft bekleed.
Toch versta niemand te laten volgen.
We
grenzenlooze
de
dit zoo,
als
helpen
te
te
hebben aangetoond, keeren we natuurwaarin beide feiten mits
met elkaar
staan.
Reeds de Heilige Schrift des Ouden Verbonds gaat ons in
XLVH
Psalm
als in
doorgang
gedoeld,
juist
eerst bij
deze opvatting Psalm
pelijk,
als
om
weren, waarmee in gebed,
tot het onlosmakelijk levensverband,
twee en niet als één beschouwd,
zoowel
op elkaar
vaak beide heilsfeiten dooreen worden geward,
maar na het onderscheid klaar terug
los
onderscheidden ze en stelden ze tegen elkaar over,
gedachteloosheid
in prediking en gesprek zoo
lijk
bedoelden we beide feiten
als
tot
hierin voor, en
Psalm LXViii wordt op de Hemelvaart de bekleeding met Majesteit. Zelfs komt
XLVH
tot zijn recht,
en wordt het begrij-
hoe hier plotseling de Hemelvaart inkomt.
Waarvan toch
is
in dezen
Psalm sprake?
Gelijk duidelijk blijkt, van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's