Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 205

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 205

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLII. HOOFDSTUK

kan worden

Van

aangewend.

Calvijn

af

207

III.

hebben

al

onze theologen ge-

waarschuwd tegen het verderf dat over de maatschappij zou komen, zoo

men

wij

maken, en aldus het geld

te

wezen ze er

terecht

van anderer nood en eigen geldelijke over-

misbruik

voortging

al

macht

op, dat

macht

tot een eigen

de Schrift niet enkel verbiedt datgene, wat

woeker noemen, maar wel terdege den eisch

in boozen zin

Zeer

verhief.

stelt,

dat

de procreëerende macht van het geld tot de kleinste afmetingen beperkt

hun

en

blijve;

conclusie

om

dan ook meestal,

strekt

slechts zulk een

rente voor geoorloofd te verklaren, als reëel in de vrije beschikking, over

som

zekere

den geest dacht

tijd, inzat.

Geheel in Gereformeer-

het dus, als ook thans onze staathuishoudkundigen er op be-

is

om

zijn,

banden

aan

gedurende een vasten

gelds,

op

Hoe hooger de rentestandaard

te leggen.

we van het

macht van het geld

wijze deze procreëerende

allerlei

klimt, hoe verder

ideaal afraken, hoe lager hij daalt, en hoe

meer het onmo-

gemaakt en strafbaar gesteld wordt, boven zekeren rentestandaard

gelijk

meer we het

uit te gaan, hoe

letten op Lev. lijkheid

XXV

:

hebben,

t.

komen we

fortuin,

beter

voorkomen hebben.

vanzelf tot het tweede punt dat

we

te

bespreken

w. de verplichting die ten deze op de Overheid rust.

kan

heid, dit

Een

36 zou heel wat sociale ellende, schandelijke oneer-

en te niet gaan van

Hiermee

ideaal der Schrift nabij komen.

niet anders, regelt alle recht

De

Over-

van eigendom. De voorstelling

eigendomsrecht zich vanzelf door den drang der maatschappe-

alsof

het

lijke

verhoudingen

regelde,

reeds op zichzelf onwaar, en verontschul-

is

waar

digt zelfs, voor zooveel ze

is,

de Overheid

niet,

die wel terdege als

Dienaresse Gods te waken heeft, dat de regeling van het eigendomsrecht niet

verderf

tot

der

maatschappij

Steüig

leide.

is

ook deze plicht der

Overheid aangewezen in de wetten, die God zelf voor het eigendomsrecht

aan Israël gaf; wetten, die

van

een

bepaald

land

men

als

aan

en dus aan een bepaald volk

Israël,

en in een bepaalden toestand, gegeven, wel niet

zonder meer in onze staatsregelingen kan overnemen, maar die dan toch tweeërlei van blijvende waarde inhouden: 1". dat de Overheid den bezits-

toestand leiden moet: en 2". welke de algemeene beginselen leiding

moet beheerschen. Die beginselen nu

zijn in

zijn, die

deze

hoofdzaak twee, ra-

kende eenerzijds koop en verkoop, en anderzijds het erfrecht; en wel deze beide vooral

en

voor

met een

met opzicht

Israël gelijke

tot

hoofdbezit.

den bodem,

als zijnde

Desaangaande

nu

een exceptioneel bezit

zien we, dat Israël begon

verdeeling van het land, zoodat elke stam, elk geslacht

van een stam, en elke familie

in zulk een geslacht, ja elk gezin

van zulk

een famiüe begon met in bruikleen van God te ontvangen een bijna gelijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 205

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's