E voto Dordraceno - pagina 140
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLI. HOOFDSTUK
142
alleen in staat en bevoegd
om
is,
II.
het huwelijk in de voltrekking te sanc-
tioneeren en er de geldende rechtsgevolgen aan te verbinden.
En
vraagt ge wat dan de Kerk inzake het huwelijk te doen heeft, zoo
opgemerkt,
zij
om
genoegzaam
oorspronkelijk
onder
En
gebreider
deze
traditie
zij
af allerlei
En
En
is
;
maar
hier te lande
en
was
bestaat
juist gezien.
weten
die
zijn,
te treden.
niet
Immers
bij
dat
Want
wel
voor
aangezicht.
zijn
zij
waar
hun huwelijk voor God goed en
en nergens
Gods
de kerk aangewezen,
is
De
is
te
als zijn represen-
huwen paar met God rekenen en
voorstelling
tegenSchnitamYiiV. Ook
danig geenszins uitgesloten.
alsof alleen in de kerk
wat buiten de kerk sprak en handelde bij
bestaat toch huwelijk. Onder ongeloovigen
zijn
het volkomen
Ook zonder en buiten de kerk moet én de Overheid,
God omging,
men, omdat
is
en dat alleen
sluit,
heel het burgerlijk leven staat onder
zijn gratie,
eere heilig ware, en alsof al
is,
toonde duidelijk,
nog geenszins, dat de kerk het huwelijk aan
én de familie, én het gezin, én het handelen
buiten
Emden
den naam des heeren ook op burgerlijk terrein
op
Gods
hebben onze Gereformeerde
uitwendige regeling van het huwelijk naar
huwelijk schept en
hieruit volgt
zich behoeft te trekken.
hoogheid in
hiërarchie uit-
de inmenging en de beslissing in
juist
reeds de Synode van
dit
God het
gehuwd
achtiglijk
om
Roomsche
op het gebied van het natuurlijk leven geen opperheerschappij van
waar, dat alleen
tant
Ook
kon volgen.
de kerken beoogde.
bondig
dan
beloofde
de Overheid verwezen. dat
het huwelijk
Toch heeft de scherpzinnigheid der Calvinisten hen van
van meet
kerken
om
bezat,
zeer ernstig gevaar doen inzien, dat uit bestendiging van
het
af,
Eensdeels omdat alleen de
gezag
anderdeels omdat niets aan de
invloed
huwelijkszaken.
meet
zedelijk
zeer groot was,
wilde volken van Europa tot een hooger standpunt
nog
toen
de
op te heffen.
Kerk
verleiding oudtijds voor de
de
huwelijkszaken aan zich te trekken.
alle
kerk
dat
En niemand
volken, waar de kerk is
zal een kind
vader en moeder geen Ud der kerk
De inmenging van de
kerk
het huwelijk als zoo-
een bastaard noe-
zijn.
in het huwelijk heeft
dan ook een heel
anderen grond, en komt voort eensdeels uit het gezinsleven en anderdeels uit het kerkelijk leven zelf.
familiën
als
kerkelijken alle
leden kring
in
deze
familie
aangelegenheid
kennen
Christelijke familiën hierin naar heilige usantie te
hieruit
willen, opdat
werk gaan, en ook
de broederlijke liefde spreke. Maar ook ten andere heeft de kerk
zelve hier rechten leeft
Uit het gezinsleven, in zooverre de Christelijke
van het ééne groote kerkelijke gezin, ook geheel den
met het oog op het Genadeverbond. Dat genadeverbond
uitwendig in de geslachten der geloovigeu, en plant zich voort door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's