E voto Dordraceno - pagina 251
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK VI.
Raad aan dezen mensch 34
zijn
maar nu
niet langer leven kon,
245
jaren levens had toegemeten, zoodat
En
sterven moest.
een tweede, bijkomende of ondergeschikte oorzaak,
op
die
dit
aan
tijdstip
mensch het
ten andere
hij
er hier
is
w. in den booswicht,
t.
waardoor
hij
met deze „tweede oorzaken" bedoeld
zijn
dezen
gif toediende,
stierf.
Men
vat dus aanstonds, dat
deze schepselen denken we uitsluitend
de wilsdaden van het schepsel. Bij
aan engelen en menschen. Zonder toch te willen ontkennen, dat ook een den weg iemand bespringt en uiteenscheurt en
tijger
die
op
zuipt,
tot
op
hoogte een tweede oorzaak kan
zekere
weinig van de beteekenis, die de wil
Van den engel en den mensch is God ontvingen, en door dezen
rekenen.
een wil van
Hem
wij
te
hiermede
te
het ons geopenbaard, dat
zij
om
wil een tweede oorzaak, onder
den Hoofdbewerker aller dingen, in het leven kunnen roepen.
als
dingen
Alle
weten
zijn,
het dier heeft,
bij
bloed
zijn
naar
den
bepaalden
weg,
dat
ook
Gods
heiUg ook
lezen
we gedurig
kind
van
om
en
de
in
bedacht
En wat
doen.
engelen,
zijn,
zijn
hem gekomen
op
Gods, maar dit neemt niet
voorkennisse
Herodes
en
te
de
gekomen
Christus
raad
Pilatus
geldt
optreedt,
den
op
die
hebben deze dingen tegen
in dien zin
van den mensch
geldt,
met name van de gevallen engelen, en zoo Schrift, dat
Heilige
Satan
als
tweede oorzaak
een mensch te verleiden, te plagen of aan te porren en te
beproeven in eenig kwaad.
nu
Dit
de vraag rijzen, hoe we ons dit hebben voor te stellen.
doet
Drieërlei
weg slaan de kinderen der menschen
Vooreerst zijn
er,
die
bij
deze verklaring
Gods raad en welbehagen, Gods
in.
bestel en voor-
zienigheid eenvoudig prijsgeven, en de eigenlijke handeling haar oorsprong
nemen
laten
in
's
menschen
vrijen wil. Zij
stellen
God en mensch tegen
elkander over. Beschouwen den mensch en den Satan als die zelfstandig bestaan,
zich
menschelijke
gevaren
kwaad
en
God den Heere
nu
er
te
en uit
allerlei
als
duivelsche
dingen bedenken en uitvoeren.
handelingen
iets
en
daad
van
God, die alwetend
het
;
kennis
neemt;
inziet
en nu tusschenbeide treedt
deze
alle
welke
om
alle
godvruchtiger dan deze Pelagiaansche geesten spreken
gebrekkiglijk van toelating.
en
En denken
beteugelen en te regelen.
daarbij
besloten
personen,
een hoogheilig Wezen, dat van
zouden voortkomen
Sommigen, nog
de
vrije
heeft,
Ook
achten wel, dat de handeling
den mensch en van Satan uitgaan, maar zeggen, dat is,
dit alles voorzien heeft,
en nu vooraf
bij
zich
zeken
hoeveel van deze handelingen en daden Hij zou toelaten
hoeveel er van Hij zou beletten. oordeel
zij
van deze lieden
toe,
Wat
Hij
dan
toelaat, laat Hij
naar
met een goddelijke bedoeling, overmits
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's