E voto Dordraceno - pagina 133
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VII. HOOFDSTUK
hagens.
De
kleinen
wordt
nu
wijze hoe dit geloof onderscheidenlijk bij volwassenen en bij
komt
ingeplant,
Geest
die
is,
sprake
bij
volgens
het
ter
opnemen,
zooveel
slechts
Heilige
Heilige Geest aan ons inplant in de ure des welbe-
de
hetwelk
loeven,
127
II.
dat
geloof
het
daar
beledene,
het
door
werkt
harten
onze
in
waaruit we
Vraag 65,
de het
Woord. Onder geen voorwendsel mag het dus voorgesteld,
waren, die aan onszelven het geloofsvermogen schonken, want onge-
lijk
het op de daad van gelooven aankomt, zijn wij het die ge-
twijfeld, als
orgaan
het
maar
moeten,
looven
de macht er toe, het vermogen, de hebbelijkheid,
om
zintuig,
of
maar het maaksel Gods.
nemen en almachtige
u
gelooven,
maar
niet
is
ons maaksel
een maaksel Gods, dat wij op-
zelfs niet
zulk een dat, in weerwil van ons
wordt ingezet, ingewrocht en ingehecht door een daad van Niet
genade.
maar geheel
half,
creatuur of als verlorene, ook
Zonder dat
lijdelijk.
maar een vingertop verroeren
kunt,
brengen. Alle leer van zekere voorbereidende middelen,
te
deelachtig
geloof
het
kunnen
te
Ja
in ons hart inbrengen,
verzet, in ons
in
alsof loij het eigen-
maken,
te
geloofsvermogen nog niet
dan
is
kan wel
bezit,
allerlei doen,
om
als
het
om uzelven
ook uit den Booze.
maar geen veer opblazen, om het
hart te houden,
gij
om
Wie
het
het huilen zijn
in zijn gelooüoos hart
in te brengen.
Doch hoe dat
kind,
daar
hier
opvoed,
spreken,
opvoeding
vermogen nu
zijn
blijft
graad,
verstaan ?
te
Amsterdam het zal dat kind
men in
dus
heeft het spraak-
als ik
een pasgeboren
levenslicht zag, naar Parijs breng en
met
spraakvermogen steeds Fransch
zijn
zijn
het spraakvermogen, de vorm
klaarlijk, dat bij
vermogen
het
en oefening.
zien,
Een kind
Want
ware het hier gebleven, Hollandsch zou hebben ge-
het,
maar
inligt,
Heel anders daarentegen
want
gezichtsvermogen;
en
in
ziet
afgewerkt
niet
te
dan
terwijl
Zoo
praat.
dit
is
maar toch zonder vasten vorm.
vermogen,
hooren
waar ook een kind zijn hooren.
En
al
wisselt naar gelang van is
het
met het gehoor-
opgroeit, zijn zien
is
kan er verschil bestaan
dat het in de eene omgeving zuiverder en nauwkeuriger leert
zien
en hooren dan in de andere, in het zien en hooren zelf maakt
geen
verschil.
Zien
waar
en
en hooren
niets bijkomt,
zijn
dit
dus vermogens, die hun vorm met zich brengen,
waar
alles inzit.
En
dit laatste
geldt
nu ook van het
geloof.
Als
God de Heere aan een
vermogen
inplant,
goddelooze,
dan geeft God
hem
bij
niet
wedergeboorte, het geloofs-
ruwe vormlooze kracht, waar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's