E voto Dordraceno - pagina 338
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
340
XLV. HOOFDSTUK.
ZOND.
samen op God, maar
zich niet
trekt
ziel
blijft
III.
verstrooid, en dientenge-
volge kan dit ontzag zich ook niet aan de houding van ons lichaam mede-
Vandaar dat men onder geen volk deze houding aan de wilkeur
deelen.
heeft
maar dat
overgelaten,
ingevoerd, die ons helpen,
lichaam
om
men
de oogeu,
het hoofd veelszins neder, of ook
eisch
zekere
vaste
opstaan,
zelf
majesteit
heeft
men, daar het leven
En
verwatenheid.
zekere
meedoet,
wie
Wie
ze gelden onder ons.
Maar
zijn.
ze
zich derhalve aan
onttrekt, doet dit uit
wie er zich in voegt, wie er aan
daarentegen
toont
er
vormen op
schuilt er natuurlijk in die
Die vormen kunnen zus en anders
heiligs.
vormen van eerbied voor het hoogste Wezen
deze
zijn
God
het aanzitten aan den disch, en eer
bij
Nu
opstaat.
disch
nu eenmaal ingevoerd en
zijn
Ook
op.
ingevoerd, als daarvoor het meest geschikt. Bij het
tijden
niets
Zoo knielt men, men
te geven.
deze betooning van eerbied aan den Heere onzen
het naar bed gaan,
bij
men van den zich
staat op, of
Gods
voor
stelt,
zijn
men vouwt de handen saam. Ook buigt men heft het hoofd als in de aan-
sluit
men
schouwing van
gewoonte zekere vormen
de
ons van de wereld te isoleeren, en aan ons
van eerbied
uitdrukking
zekere
door
er
op te stellen, geeft reeds hierdoor, op hoe
prijs
zwakke wijze ook, zekere betuiging van eerbied voor den Heere onzen God kennen. Als er twee gezinnen naast elkaar wonen, in het eene waar-
te
van
vormen
deze
vormen
opzij
nog
toch
worden gezet,
zijn
het
altoos
in
dan
acht genomen, terwijl in het andere deze
den Heere onzen God betoont wordt,
selen
voegt,
betoon van ook
den,
terwijl in het
wordt getart en gehoond.
majesteit
zijn
om
eere
Ea
eerbied voor den Heere onzen
al
weet
ge
zeer
andere het gezag en
overmits het nu ons schep-
den Heere die eeuwig
geven
te
onderstelde ongeestelijkheid,
bij
dat er in het eerste gezin ontzag voor
over,
feit
ook
blijft,
wel,
dat
de
God
leeft,
blijft
alle
zekere beteekenis behou-
kern er in gemist
geestelijke
wordt.
Nog
in de hel is
alle
creatuur het Gode schuldig, dat
God der goden nederbuige, en
iiiet.
ontzag
hij.
Satan met
eere te geven.
Hij voelt en ervaart den indruk van
maar voor God
derhalve,
hij
zelfs
morgen eiken avond Gode
eiken
niet.
en
eerbied
voor
niets
mag
zelfs
zich voor
trawanten
Maar
juist
is
den
gehouden
dat wil Satan
Gods majesteit wel, en siddert
den trotschen kop buigen en een woord van
God
Daar druischt heel
Door
zijn
hij
zijn
uitspreken of er
bestaan tegen
meê instemmen, in.
de schijn ontstaan, dat
Dat veracht en hij
dat wil verfoeit
Gode nog de
eere
zou geven. Niets zou daarom Satan liever zien, dan dat ook op aarde onder
de kinderen der menschen
alle eerbied
en ontzag voor
God
uitsleet. Alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's