E voto Dordraceno - pagina 389
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIV. HOOFSTUK IV.
383
menschelijke huwt, en alzoo de tegenstelling te boven komt, die aanvankelijk het
goddelijke van het menschelijke scheidt.
die
de
der
leer
en
zaligheid
Een
waarlijk booze ketterij,
van den troost onzer
met de grens
wijsgeerige beschouwing, en eindigt
ziele oplost in
te
uit
een
wisschen die ons
van den Eeuwige scheidt; Schepper en schepsel onderling vermengt; en de gemeente van Christus, zonder dat deze er op verdacht
alzoo
men
de afgoderij of het ]}antheïsme in de armen voert. Gelijk het Prof. Valeton te Utrecht, die
bij
zijn
is,
weet,
aan
was
inaugureele oratie in 1878 het
eerst hier te lande deze zienswijze bepleiten dorst.
Doch ook
op niet minder ernstige wijze zondigen hier
en
anderzijds
Weenen en wel
de Neo-Kohlbriiggianen, onder leiding van Prof Böhl uit in ditzelfde punt,
Adams zonde
„de Christus als onzer één onder de toerekening van
ontvangen
geboren
en
;
het ook op andere wijze. Zij toch stellen het voor, alsof
zij
ware".
Een
schriklijke
leer,
dezes den hoogleeraar tot de orde riep in de inleiding van
wording des Woords," maar die
Böhl
Dr.
wordt
in
zijn
bedenkingen
brachte
haar omvang en strekking
in geheel
zonder
dat
maar ééne enkele der
ook
besproken of weerlegd
is.
Nu
hij
niet slechts
maar voor
niet voor ons,
met de
is
;
en de kerke Gods moet gehouden
bij
alle
kracht be-
is gelijk
geworden, c^ocA
uitgenomen de zonde; 2". dat de Christus onze schuld gedragen zijn
verzoening
de
vergoten
voor
wierd,
heeft, niet
maar krachtens de beschikkinge Gods; en
geboorte,
onze
zonde in zijn bloed
maar om vergoten
te
toe-
de vaste en zeer kostelijke
waarheid, dat 1". de Christus den broederen in alles
krachtens
is
vermengd geworden.
Beide deze valsche voorstellingen moeten derhalve met streden
Adam
zich zelven leed, en gelijk onzer één
maar ook met de zonde
schuld,
inge-
voelt ieder, dat, zoo
aan Christus ^als aan onzer één" de schuld en zonde van gerekend,
„De Vleesch-
tot onze niet geringe teleurstelling door
„Zur Abwehr"
gehouden;
staande
en schuld
waarover schrijver
is,
gelijk dit
kunnen worden,
uit
S'^.
dat
op Golgotha
Maria wierd
aangenomen door de vleeschwording. Bezien we elk dezer drie nader.
Vooreerst, de Christus volstrekt
den
niet
zeggen
is
den broederen
in alles gelijk
wilde, dat er tusschen
geworden
;
wat
den Christus en Johannes
Dooper bijvoorbeeld geen. onmetelijk verschil bestond, daar toch de
Christus
„God was,
schepsel;
maar
te
alleen
prijzen dat,
voor
in
eeuwigheid" en Johannes een nietig
hetgeen
zijn
menschheid aanging,
hij
evenzoo waarachtig mensch was, des vleesches en des bloeds der kinderen deelachtig, brief
als
wij.
Heel het redebeeld van den heiligen apostel
aan de Hebreen toont
dit duidelijk.
in
den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's