E voto Dordraceno - pagina 485
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
van
Christus
de
in
van den Heiligen Geest wel onder en
genadewerking
maar
plaats greep,
bereiken. Diensvolgens leeraarden ze, dat de
te
ziel
485
XIII.
niet in
Ook
dit
echter
hierbij
het
vermoeden
het Sacrament
bij
noch door het teeken.
Zonder meer toch kon
eischte een nadere uitlegging.
dat er tusschen de Sacramenteels genade
rijzen,
en het Sacramenteele teeken gansch geen wezenlijk verband bestond dit
bedoelden onze Gereformeerde kerken volstrekt bleek
duidelijkst
het
uit
van
karakter
zegel
een
aan
ze
dat
;
en
wat op het
niet. Iets
beide
Sacramenten toekenden.
men
Vraagt
Sacramenteele werkt,
genade wel
maar
bij
eenerzijds de
niet door het Sacramenteele teeken
dat toch anderzijds het Sacramenteele teeken niet bijkomstig
en
maar onmisbaar
dan
is,
hebben we uitsluitend
lette
te
men
op het navolgende. Bij het Sacrament
doen met „geloovigen,"
in wier hart het geloof door
het
saam kunnen gaan, dat
nu, hoe die beide
God
gewrocht
zelf
God gewrocht
geloof niet door
i.
met de zoodanigen
Zij
toch, in wier hart
d. is.
wierd, ontvangen het
Sacrament niet
wezenlijk.
Van
sprake
hen, die inderdaad in waarheid reeds vooraf geestelijk door den
bij
Heiligen
de volle, eigenlijke, wezenlijke Sacramenten
Geest
in
de
ziel
is
dus alleen
bevrucht en bewrocht zijn; altoos daargelaten
de vraag, of ze enkel nog maar het geloof szaad ontvingen, of wel dat ze ook
werden
reeds
Maar hoe ge
uitgebracht
dadelijk
een
tot
ook neemt, het geloof in
dit
uw
en een bewust geloof.
hart
is
onmisbaar aansluitingspunt voor elk Sacrament. Dat
en
blijft altoos
het
geloof onderstelt het
en dat geloof komt het sterken. Vergeet dezen vasten zetregel nooit.
Nu
is
het geloof intusschen van dien aard, dat het een werking van
twee zijden onderstelt, eensdeels een werking van Gods geloof
het
in
een
zijde,
als
die het
werkt en in stand houdt, maar ook anderzijds onderstelt
ons
werking
den mensch
bij
voortvloeide, en maakt,
zelf,
eene werking, die uit Gods werk
dat hij alsnog zelf gelooft. Daar nu het Sacrament
geheel en uitsluitend in de sfeer des geloofs optreedt,
ligt
het dus in den
aard der zaak, dat ook in het Sacrament op tweeërlei werking dient gelet, eenerzijds sterkt,
op een werking van Gods
geloofssterking deelachtig wordt.
En
als
zijde,
en anderzijds op een werking aan is
's
die het ingeplante geloof
menschen
zijde,
als die dezer
deze onderscheiding eenmaal goed
gevat, dan volgt hieruit de eenvoudige regel, dat het Sacramenteele teeken niet
noodig
is
voor
de
werking
van
Gods
zijde,
als
die door zijnen
Heiligen Geest rechtstreeks het hart onder het gebruik van het Sacrament
bewerkt; maar wel noodig
zaamheid zijn
te
doen
is
betoonen
van
's
en
2.
menschen
om hem
bewustzijn deelachtig te doen worden.
zijde,
om
1.
hem
gehoor-
der geloofssterking ook in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's