E voto Dordraceno - pagina 263
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLIVa. HOOFDSTUK.
ZOND.
Adam
zelf schiep
Eva
zóó, dat hij
265
II.
een hiilpe tegenover zich behoefde,
als
en de begeerte naar Eva was dus niet een zondige verzinning van Adam,
maar een Ook
wezenheid
eigen
kracht ten
God hem
trek dien
inschiep.
wat we steeds vonden, dat de zonde geen
hier bevestigd zich dus,
geen eigen orgaan schept, en geen enkele eigen
heeft,
maar
voortbrengt,
wat God ten goede schiep, ombuigt en
altoos
kwade omzet. Begeeren moet de mensch. Dat
hem
en hoe frisscher het bloed op
begeerte
kwade
het
geerte
hem
elk terrein des levens in
Maar het kwade
niet.
vervalscht,
is
monie
u
in
1.
en
3.
ten
2. dat
zijn,
dat de zonde de vervulling van de
van den Heere onzen God en in den weg van
zijn
ordinantiën.
hier ligt dus de zonde in het verkeeren van wat in zichzelf goed
in het keeren tegen
En
zijn.
God van wat op Hem
opkomt
begeerte
maar
die door ons op een ander
en
Het
is
als
ren
de
dan
Hem
en
gebonden
uit
God ons
een natuurlijken trek, dien
oogmerk wordt gericht
;
die de
inschiep,
harmonie
haar grenzen overschrijdt; of ook haar vervulling zoekt
alzoo
in onwettigen, door
snijdt,
gericht en aan
is,
wie het wel indenkt zal dan ook bevinden, dat elke zon-
dige
breekt
en
doet langs eigenmachtigen weg, in stee van haar in te
wachten
moest
dus
deze begeerte de har-
zoeken
God
ook
niet verordenden,
om
ritseling
van
die reden, dat onze
Gebod op
ze dit tiende
maar oeroordeelden weg.
alle
Catechismus de zaak recht
Geboden
laat slaan. Is toch begee-
leven in ons, dan moet aan elke levensuiting een
begeeren ten grondslag liggen, en wie dan op de nagaat, zal bevinden, dat lijk
ligt
dat de zonde deze be-
begeerte
Ook
aard en wezen,
van datgene waarop ze gericht moest
aftrekt
verbreekt;
zijn
opwaken. Daarin
zal
drieërlei:
naar wat ze niet begeeren mag; 'ten
lokt
is
door de aderen ruischt, hoe krachtiger de
met
elk dezer
rij
Geboden een
af de negen terrein
Geboden
van mensche-
leven betreden wordt, dat zijn prikkel in deze of geene begeerte heeft.
Een begeeren naar God zijn
;
een begeerte naar zijn dienst
huislijke ordening; een begeerte
begeerte naar huwelijksgeluk
goed
;
een begeerte naar
naam; een begeerte naar saamleven met Hem; een begeerte naar
;
of
een
begeerte
;
naar
naar een plaats onder de menschen;een
een begeerte naar een deel van het aardsche
een goeden
naam onder
de menschen. Er
schuilt altoos een begeeren achter, en steeds gaat elk zondig begeeren uit
van
een,
ren;
in
gelijk
den grond goed, ons ingeschapen, en dus rechtmatig, begee-
dan
ook
feitelijk,
al
wat we daar opsomden, metterdaad
tot
Adam in het Paradijs hem was. En het zondigen
de normale levensuitingen van onze natuur behoort.
kende
al
ontstaat
deze begeerten, zonder dat er zonde in
nu op
elk dezer lijnen slechts daardoor, dat
we deze op
zich zelf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's