E voto Dordraceno - pagina 192
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI&. HOOFDSTUK V.
192
hem kunnen opkomen. Deze ziel
over de
alles
hem
zijn
weg
Dan
is.
rukken kan
nu afvraagt:
toe
fluisteren dat de verkiezingen
te
hem
dat het zaad Gods in
zijn,
Woord
zijn
hem
ongeloof zich dan op
der vertroosting weer opwaarts, en het
hem weer aan den
der genade, die
onverliesbaarheid
Gods
en dat niemand
blijft,
de hand zijns Vaders. Zoo buigt
uit
het steunsel van dit
of niet
toch antwoordt de Heilige Schrift en vertroost
hem
Heiland, door
onberouwelijk
er eerst in de
als
en wanneer daarna nevelen van twijfel
is,
trekken, en de eens zoo gelukkige zich
ziel
weer
vraag doemt pas dan op,
geweest
geloofszekerhcid
twijfel
de
is
ontrukt en
der eeuwige ontfermingen in de armen werpt.
Aan
deze beide worde dus steeds meer vastgehouden
wezen
van
het
geloof
alleen aan anderen
God
te
van
2.
mij de Heilige Geest geschonken
van
waardoor
verkoren ongeloof
of
zijn;
en
we
den
dag
éénen
maar vindt ons
doordien
;
roe-
gelooven dat „ook er vanzelf
bij,
dat
wrocht en werkt; ook dan
den anderen weer
wel,
geloof, ook door alle slinge-
en bangen twijfel heen, zijn eenig,
kleingeloof
en onveranderlijk steunpunt
onwrikbaar ziele
men niet kan men gelooft
dat
zij",
zij
hangt ons geloof aan onze wisselende bevindingen en ge-
alleen
zouden
ringen
ivel-
mij zal blijven."
bij
moedstoestanden, niet
dat het
hun eeuwige
uitverkorenen van deze
zijn
ping en verkiezing verzekert; en
Zoo
1.
maar ook aan mij" genade geschonken
zijner tijd elk
„Hij eeuwig
:
de goiodsverzekerdheid insluit, „dat niet
altoos
als
het werk, dat
in
God
zelf in onze
in slaap vielen of nabij schenen
wij
aan den eeuwigen dood.
De Verbondsgenade
steunt
hierbij
de
zwakheid
van
ons
geestelijk
leven.
Ziehier op wat wijs dit bedoeld
Natuurlijk
maar
is
is.
het Verbond der genade nooit de grond onzer verkiezing
slechts een machtige saamvatting
van
alle
genademiddelen
in
den
Verbondsvorm.
Nu
had het uiteraard kunnen
zijn,
dat
God de Heere een geheel anderen
weg der behoudenis had verordend, en nu eens onder de Samojeden, dan onder de Kaffers, dan onder de Chineezen, dan in Japan en dan weer in
Kamschatka alle volk
weest.
zijn
uitverkorenen zich besteld had, zoodat gelijkelijk onder
en stam der aarde de schare zijner gekenden verdeeld ware ge-
Doch
zoo was zijn hoog bestel niet. Uit het geslacht van
Sem
is
thans de uitverkiezing bijna geheel geweken. Slechts een zeer enkele zoon
Abrahams komt
over,
en de bekeerlingen uit den Islam
Ook onder de geslachten van Cham
En
terwijl
nu de kerke Gods
is
zijn
nog zeldzamer.
het getal der bekeerden uiterst klein.
zich bijna geheel uit
Sem
terugtrok, en over
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's