E voto Dordraceno - pagina 512
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. L. HOOFDSTUK
514
we nog
zien
man
den
is
al
rond te
het dagelijksch brood verslapt, zoolang de nood niet aan
men
Dit merkt
is.
met wat voorhanden
leggen we nadruk, omdat zelfs onder kinderen Gods zoo
om
bede
gebeden worden, ook
allen zal
best kans, dien éénen dag
komen. Hierop licht de
maar door ons
broodsgebrek,
blikkelijk
II.
het sterkst in vergaderingen van Christelijke
vereenigingen. Immers, zoolang de penningmeester geld in kas heeft, hoort
men
zelden
plaatst, begint die
bidden
;
maar wie pas
zal
en eerst als
komen. Het is
te
dat de nood er
toe,
om
ook
is,
bidt, niet
uw Vader
ingegeven door de vreeze, dat
hemelen
die in de
en duizenden
is,
soms
zijn,
men
anders van honger
bij
zelfs weelderig
waarvan de één
De arme
morgen, ziene
aangericht
in tal
bad de
En
of driekwart de oogen, de
van de Heere
zich baadt
is
er
vormelijk nog, gebeden
het ook nu nog. Morgen aan
nog altoos een
men
Dan
is
weivoor-
rijke,
óf het gebed reeds
maar
bijhield,
er even stilte,
men
is
het
Een
uit.
niet,
en
als
iets ge-
soort bidden, als waar-
de dagen van Jesaja zeide
tot Israël in
er
sluit half
handen zoeken elkander, er wordt zoo
komt het Amen en
vermenigvuldigt hoor Ik
man
rijke
zoo
van huizen, waar
sinds lang van verloor.
preveld, en dan
en nauwlijks
hij juist
nog den vorm van het gebed
óf
afschafte,
wezen
al
stellig niet.
hij
middag aan middag wordt
en
tafel
ganschelijk
het
had
Hem gevoed.
Lazarus, die van de kruimkens moest leven, zal wel
maar ook
hebben,
zijn hart
bidt,
duizenden, die
door bidt,
brood ontvangt, terwijl de ander niet bidt, en dat toch
met
bidden
Ook zonder dat ge
eere te geven.
Ja, er zijn gevallen, dat er twee
gebeden
nood leert
te leeren
kan daarom nog niet bidden gelijk het behoort.
nooit bidden, worden toch eiken dag,
in weelde.
zoo, de
tekorten
ons ons dagelijksch brood heden," wordt dan ook, waar
omkomen, maar om Gode de
zorgt
het dagelijksch brood voor zulk
God de Heere ons voor bange
bede over de lippen
leert bidden,
De bede: „Geef
men goed
:
geven we
zelfs
om
zulke vergaderingen
in
een vereeniging bidden
:
„Als ge het gebed
ge de handen tot Mij uitbreidt, ver-
berg Ik het aangezicht." Een kwaad, dat waarlijk niet alleen in de huizen der goddeloozen voorkomt,
maar ook onder Christenen wel bekend
de sleur van het leven den Geest bluscht, of en hart vervuld tot
den
Troon
zijn
met aardsche gedachten, en genade
der
onder
het
als bij feestmaaltijden
schier
is,
als
hoofd
niemand den toegang
zoogenaamde bidden
zoekt. Iets
waaruit we niet de conclusie trekken, dat het dan maar beter ware niet te
bidden
;
want ook
in de ontzielde
kracht ten goede; maar tenvolk
zou
zijn
letten,
ontfermingen
schuld
iets
voor
gewoonte
ligt
toch altoos nog een
waarop we wijzen, opdat althans ons Chris-
God zou
inzien,
en althans zóó op
zijn
gebed
dat zijn gebed het niet langer aaaklage voor den Troon der
Gods.
Let er
op, dat
Jezus deze bede
om
het dagelijksch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's