Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 295

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 295

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLIVb. HOOFDSTUK

297

III.

DERDE HOOFDSTUK. kende dp zonde niet dan door de wet; want ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te

Ja, ik

ook had zijn,

indien de

wet

niet zeide: Gij zult niet begeeren.

Eom.

7: 7b.

In den Heidelberger Catechismus staat het Gebod tusschen het Geloof

(met de Sacramenten) en het Gebed

Eerst zijn de Tu-aalf geloofsartikelen

in.

met de Sacramenten, afgehandeld. In het het Onze

Aan

En

Vader.

die

tusschen die beide in

slot

van den Catechismus komt

ligt

de behandeling van de Wet.

nu eenmaal gewend, en we kunnen

volgorde

zijn

wij

het

zijn

nut, hierbij in herinnering te brengen, dat noch

daarbij

blijven.

Toch

heeft

Luther noch Calvijn

dit

spoor geteekend hebben. In Luthers Catechismus

gaat integendeel het Gebod vooraf; daarop volgt het Geloof; op het geloof het Gebed; en eerst na het Gebed

Genève

Calvijns Catechismus van

komen de Sacramenten. En

op,

dan vindt ge

bij

hem

slaat ge

wel eerst het

Geloof, daarna het Gebod, en

dan het Gebed maar de Sacramenten komen

in Calvijns Catechismus eerst

na het Onze Vader. De Westminster Cate-

chismus, die pas veel later

opgesteld, en alle vroegere Catechismussen

achter

zich had, volgt

deze volgorde;

Deze

1.

dan

Luther.

Vat

moet

ik

ze

2.

wijze

verschillend gebruik van de Christus,

is

evenmin geheel onze Heidelberger. Hij toch heeft

Geloof;

uiteenloopende

;

Gebod;

3.

Sacramenten; en

4.

Gebed.

van indeeling vindt haar oorsprong

Neem

Wet.

natuurlijk

daarentegen de

Wet als

ik toch de

tuchtmiddel tot

aan het Geloof voorafgaan,

Wet

in het

gelijk bij

op als regel en richtsnoer voor het

leven der dankbaarheid, dan moet ze even natuurlijk op het Geloof volgen, overmits er alleen in de geloovigen van een geestelijke dankbaarheid

sprake kan

zijn.

Dit hebben Olevianusen Ursinus dan ook zeer wel gevoeld,

en beseft dat ze eigenlijk de Wet tweemaal moesten geven

;

eerst vóór het

Geloof, ter ontdekking van de consciëntie in den zondaar, en daarna nog eens

na het Geloof,

als

er scherper op,

dan geven ze de Wet ook

Immers

Op

die

en

een

ten

aanwijzing van den regel der dankbaarheid.

reeds in Vraag 4 heette het

:

Wat eischt

En

let

ge

twee malen.

feitelijk

de

Wet Gods van

ons ?

vraag had nu natuurlijk een geheele uiteenzetting van de Wet, geheele

einde

uitlegging van de

noodelooze

herhaling

te

Tien Geboden moeten volgen. voorkomen,

is

op

Vraag

geantwoord door verwijzing naar de hoofdsom der Wet, en

kwam

4

Maar enkel

de eigen-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 295

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's