E voto Dordraceno - pagina 539
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND.
XXVI. HOOFDSTUK
639
VI.
toch meer noodig, en moet de onderscheidene werkingen van Gods genade afzonderlijk bezien.
Om
nu
hiertoe
geen God in
geraken, dient aanstonds onderscheiden tusschen het-
te
den wortel, hetgeen Hij aan de takken, en hetgeen Hij
vruchten aan de takken werkt.
Men kan
een vruchtboom vergelijken.
bij
neemt
Catechismus
onmogelijk het
toch onzen menschelijken persoon
Jezus gaat hier zelf in voor, als
deze
beeldspraak
heihge
God u
onderscheiden tusschen de genade die
genade
de
natuurlijk
de
Hij
is,
onze
getuigt, hoe
niet zou voort-
de genade kunt ge dus
bij
in den ivortel van
uw
wezen
uw wezen bewijst; en de uitkomen. En dan begint het
vruchten
doet
Uit den wortel komt leven op.
het eerste.
bij
als hij
Hij aan de takken van
die
waardoor
genade,
over,
God bekeerd
dat wie van harte tot
zij,
brengen vruchten der bekeering waardig. Ook
geeft;
hij zegt,
boom geen kwade vrucht kan voortbrengen; en
goede
een
dat
in de
In dien wortel
heeft de zonde ons leven verkankerd. Alle onderwerpelijke genade in den
zondaar moet dus daarmee beginnen, dat
God de Heere aan
dien door de
zonde verkankerden levenswortel genade toebrengt. Deze genade nu heet de wedergeboorte ; niet daarin bestaande dat
wegneemt, en er een anderen levenswortel voor in de plaats
leven
maar
hierin, dat Hij in
was,
nu nieuw leven
de
wortel van ons eerste
God den
zondige
stelt,
de kern van dien wortel, die krank en verkankerd instort,
ontwikkeling
en daardoor er een macht in brengt, die een
en
stuit,
van
God gewilde ontwikkeling
mogelijk maakt.
Doch nu moet ge
niet denken, dat het hiermee uit
de genadewerking Gods zich bepaalt op
herboren levenswortel
dien
tot
het
wil uitschieten.
dien herboren levenswortel nooit iets komen.
boom
ge een
dan
en
schoten,
wilde plaats
het
takken, noodig,
is,
en dat nu voorts
laten opwassen van wat
Zonder meer zou er uit
Het
is
er
mee
als
tijds
al
kleine stekje dat ge geënt hadt, verliest zich onder de
en
geen
krijgt
dat
er
het kwade hout in u
te
voorkomen
kracht.
Daarom
is
het nu in de tweede
na de genadewerking in den wortel, nu ook een
weg
allerlei wijs
te snoeien, het opschieten van het wilde waterlot
en de genadekern die in den wortel schuilt, zoo krachtig
maken, dat er nieuwe takken kunnen uitkomen. Of zonder beeldspraak,
door
een
tweede
genade
moet
onderscheidene vermogens van
uw
over,
het wilde hout weer met kracht opge-
genadewerking in de takken kome, en dat het God believe op
te
wanneer
Laat ge dien boom dan verder aan zich zelven
ent.
een half jaar
in
is
stil
wezen, en de verschillende trekken van
om zonde uit te bannen en er heiliger genegenheden Was nu de eerste genade, die u in den wortel toekwam,
karakter,
brengen.
uw
God de Heere nu werken gaan op de in te
alge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's