E voto Dordraceno - pagina 398
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
392
XV. HOOFDSTUK
ZOND.
met ons beider
overeenstemt
I.
dan kan het niet anders
innerlijk wezen,
dan voor Immanuël de staat van den rechtvaardige en de staat van
zijn
den goddelooze voor ons. Maar, en hier ontsluit zich nu
De
niet zoo.
de toegang tot dit mysterie,
juist
maar
staat hangt niet aan het eigenlijke wezen,
dit is
alleen aan
de rekening en aan het oordeel Gods.
En nu komt God
door
de raad des vredes, en
in
is
Immanuël de
een goddelooze te laten rekenen, indien
als
daardoor tot stand kan brengen, dat vele goddeloozen
om
wil
zich
mensch geworden,
hij
als
rechtvaardigen
worden gerekend.
komt het
Zoo
alleen
de
tot
maagd Maria het menschen. Maar
maar ook
der goddeloozen verkeeren ? Neen, neen, der goddeloozen op niet
op,
uit
welken staat zal het nu zijn? Zal het wezen:
in
den staat der rechtvaardigen onder die allen
in
komt
De Zone Gods neemt
Vleeschwording.
de
vleesch en bloed der kinderen aan. Hij verschijnt onder
hij
komt
Als een wortel uit een dorre aarde
!
!
Hij
den staat
die in
den staat
in
Meer nog.
Hij
den staat dier anderen, maar in een geheel exceptio-
in
„Er was geen ge-
neelen staat, als de oneerzaamste onder de eerloozen.
hem zouden
daante noch gestalte, dat wij
begeerd hebben. Hij was ver-
acht en de onwaardigste onder de menschen!"
nu
Niet, dit vat ge
volkomen
„als een die
handeld,
Hij
is
Dat soms
had
als
maar van
zijn
staat. Hij
hij
was
innerlijk
wierd gerekend
hij
wat
alleen dat alles misdaan,
wij
misdaan hadden.
met de overtreders gerekend.
dit bij
nu
niet hij vergissing geschied
is,
een aardsch rechter
gelijk
vergissing een schurk vrijspreekt en een onschuldige veroordeelt
man
den tienden regiment; ;
heilig,
van God geplaagd, geslagen en gedrukt was." Hij wierd be-
dat het ook niet
lam
want
toch, naar zijn innerlijk zijn,
en
goddelijk
dwang geschied
is,
gelijk
soms een legerbevelhebber
voor den kop schiet, als zoen voor verzet van heel het
en dat het ook niet figuurlijk geschied
maar dat
goddelijke
bij
dit
geschied
alwetendheid,
is,
niet
naar Gods raad en buiten
gelijk bij
is,
wil en behoudens zijn
Christus zelf om,
maar met diens
eigen gedoogen en volle bereidwilligheid; en dat niet in schijn, wezenlijk, dat eindelijk zijn bloed van het kruis afdroop, dat
geheim, welks volkomen diepte ge nooit peilen
Maar bekent ge eenmaal, zijn ivezen,
het offer-
is
maarzoo het heil-
zult.
dat iemands staat geheel verschillen kan van
zoodat zelf een onschuldig
man nog
als
een moordenaar aan de
galg kan komen, dan doorziet ge toch, hoe ook de Christus zelf volkomen heilig,
onbesmet, onnoozel en onschuldig in
zijn «cc^en
en innerlijke
^es/'rt/<e
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's