E voto Dordraceno - pagina 61
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
HOOFDSTUK
III.
55
III.
zonder geestelijken wortel. Voor de aarde „goed" genoeg, maarniet „goed"
God en naar de weegschaal van
voor
Want
hemel.
zijn heiligen
zoodra
het op zulk „goed" aankomt, dan ziet ge juist zulke „goede" menschen het
vlijmendst
gaan hun nog voor Tot
al
Juist
De hoeren en
vijandschap.
sterkste
worden.
bitter
„brave" zondaars vindt ge de
bij
de tollenaars, sprak de Heere Jezus,
het Koninkrijk van God.
in
zulk „goed" dat als geestelijk goed waardij voor
God
heeft, is
Onbekwaam om
iets
„goeds"
een gevallen mensch volstrekt onbekwaam. in dien wezenlijken zin zin
om
doen, en zelfs
te
gevallen
mensch
Hij
integendeel
wil
het te
blijven liggen en
hem op wil helpen, roept En hiermee is dan ook
hij
Men moet
maar
;
„goeds" in dien geestelijken
iets
trillen.
wel opstaan
ivil
om
bedenken,
te
hij
kan
dus niet zeggen
nog dieper zinken, en
zijn
wil
nu
Gods volk
?
is
wil die bedorven
meer „willen"
niet
Zeer zeker. Maar evenals
dat zijn toeleg en zijn doel. vrije
loor
om met
Het
is
verstand zijn
o,
Maar hier
dienzelfden wil, zoolang
goede
kan
willen. Dit
te
mee
er even
is,
denken of
Daartoe
is
te
hij
om te
zit
ivil hij
wil,
kunnen
te
mensch
in,
maar dat
dat
hij
nog wel
hij
de macht ver-
niet wederbaart, evenzoo het
meer. Van die gave
beroofd.
is hij
is
om
Maar
aardsche dingen
terwijl
in te
zijn
dit
denken,
slechte dingen in te denken, wierd het o?jmachtig geestelijk goed.
verdorven.
willen.
goed
met
dat wel degelijk, dan
het bedorvene
God hem
bedenken eenig
en bezat
goed,
geestelijk
hij
zijn
verstand en zijn wil juist naar het
alleen de bloote mogelijkheid, van ook het
Een wedergeboren mensch ontvangt den
te willen
weer terug,
geestelijk
dat
hij
God
alleen het goede willen en doen kunnen.
al
trek
om
bestaat nog de mogelijkheid
het
tegen zijn wil het kwade doet. In den hemel zal een kind van
wil hij en
kan
en onwillens
En
ook nog wel een
hij
Gewisselijk, als een boos
hij niet
In den staat der rechtheid trok
kwade
nog een ver-
in dien zin, alsof hij
wel; want dit missen alleen de krankzinnigen.
in te
hij
met het verstand. Een zondaar heeft nog
als
verstand nog volkomen geschikt
en vooral scherp
om
zou.
wilsmacht het kwade kan willen en
met
geestelijk
Bedorven niet
is.
tegenstaat en vervolgt, dan
lastert,
iemand
als
opeens de vraag van „den vrijen wil" toegelicht.
stand heeft, maar een bedorven verstand, zoo heeft
maar een
een
:
ivil niet.
hij
Blijf van mij af.
:
Heeft een zondaar geen wil
wil
Neen,
niet.
bij
ten einde
hij
Maar
in
den gevallen staat
alleen willen het kwade, terwijl het goede werktuiglijk
hem
tot
nu deze
stand komt en dus
volstrekte
hém
niet nut.
onmacht om eenig
geestelijk
goed ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's