Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 298

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 298

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

298

ZOND. XXIII. HOOFDSTUK

God

dan moet ge terstond een ander steunpunt kiezen,

leeft,

Zoolang huldigt,

het

positief

heeft hij dezen

moet wel een steunpunt

hij

God loochenen;

Het kan dus

God, met name over

als

maar zoodra

hij;

u

dit

nu

zichzelf,

band des

zelf,

eert en

geloofs niet

zichzelf zoeken, en dien

in

in woorden, hetzij

hetzij

En

klare bewustheid.

in

God

schepsel

gelooft

afgesneden, of als

hetzij in

Satan.

in

hetzij

II.

in

God

de practijk. Met of zonder

ongeloof.

is

meer aan God gelooven

niet anders, of niet

slaat terstond

om. Het wordt terstond de diepst mogelijke zonde.

ongeloof

Een aantasten van Gods

majesteit en eeuwige heerlijkheid,

om

die majesteit

en heerlijkheid, die alleen Gode toekomt, voor zichzelven, voor

zijn

mede-

schepselen of voor Satan te rooven.

TWEEDE HOOFDSTUK. Ze

door ongeloof afgebroken.

zvjn

Rom.

10

:

20.

Teruggebracht, tot de oorspronkelijke gerechtigheid in onze menschelijke natuur,

goddelijken

naar

zijn

oorsprong.

en

geestelijk

in,

en

Wel

geloof.

des geloofs dus nu weer in zijn

God de Heere,

Hem

beeld, van

het

wezen

het

schittert

merk van

die ons schiep als zijn schepselen

geheel afhankelijk, en uit

Hem

alle

volmaakt

goed ontyangende, plantte ons hiervan ook het bewustzijn

ademen

der

dit bewustzijn of dit zielsbesef is het

uit

ziel

verstaan, geloof, niet in zijn zaligmakende,

te

maar meest

algemeene grondbeteekenis.

Te gelooven mijzelf,

diens

daad

genoegzaam goed als zijn.

in

weten

te

is

en is,

God

werk. uit

en

om

erkennen

te

kan

zelf

bij

:

ik

besta niet uit en door

iemand, en besta alleen door

niet gelooven,

zich zelf bezit en uit zich zelven voortbrengt.

God, dan zou er ook

Maar nu de mensch

nu moet

er geloof in

dat

niet

hij

God

om

hem

omdat

en door zich zelven bestaat en

bij

Hij zich zelf alle

Ware dus

volmaakt de mensch

den mensch van geen geloof sprake kunnen

schepsel en geen Schepper, afhankelijk en niet

zijn eigen meester, innerlijk

door

en

maar ben van iemand, en hoor

van

zijn,

alles ontbloot en d.

w.

z.

nu moet

niet zelfgenoegzaam hij

zich zelven noch door zich zelven,

inzien en erkennen,

maar

bestaat, en evenzoo dat alle goede gave niet uit

een fontein opwelt, maar uit God

als

is,

alleen

om

en

hem zelf als uit hem toevloeit.

een Fontein aller goeden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 298

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's