E voto Dordraceno - pagina 185
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
185
ZOND. XXIÖ. HOOFDSTUK IV.
wees
pen
arm zondaar
mij
genadig!"'
komt over hun
stramme
geestelijk
lip-
nooit.
kan
Die
komen, omdat de zondige prop van hoovaardij,
niet over
er
aangeboren
die ons allen uit de zonde
waardoor
zonde,
zij
dien toestand
dat
is,
soms
nog
eigen
zelfverheffing
schitteren
maar
brengt,
Het
met hen en
wij
eeuwig verderf gaapt. schoon
en
kostelijk
naar
gaping
zondige
al
;
van dien
met
is
ééne
ons, geparalyseerd
het kostelijke en edele en rechtschapene, wat dan
mag,
nieuw voedsel geeft aan het vuur van
altoos
en dusdoende de zonde niet bestrijdt en ten onder
zijn
door de zonde
ook wordt toegevoerd, en hoe
ziel
ook wezen moge, ach het
dat
is
waaronder de afgrond van het
in zijn ziel geboord,
En wat nu
Er
toestand.
door die
glijdt alles
dien diepen afgrond, en verergert zijn toestand in
beteren.
te
eindelijk de uitwendige roeping des Evangelies komt, en
dan
als
zij
Het
zit.
en het jammerst en schriklijkst in
met een zondaar een wanhopende
is
En
wij,
in de keel
voedt en sterkt.
eenmaal een opening
stee
en
onze geestelijke bewegingen
in
zijn
hun
is,
het Kruis van Christus wordt voor zijn zielsoog geplant, en het licht van
hem te schitteren, dan hem. Want het oog knijpt zich
de Zonne der gerechtigheid vangt aan voor
hem
dat
maar het schaadt
niet,
De bodem van
dien lichtglans nog dieper dicht.
van
stralen
felle
die
Zon nog harder.
opstanding wordt, wordt hun ten
waartegen
Dat
het
is
is
maar hun wordt een reuke
leven zijn moest,
omdat
hij
niet
Dan waakt
uit.
diepte van het verbasterd hart op.
Maar
als
de woede van de macht der
dan
eindelijk de volle open-
te
Let bij
dat
zijn
licht over
dan eerst toont dat booze hart wat er in school, en dan
schijnen,
eerst grijpt het al zijn onheilige
gen
niet tot
ergernis,
des doods ten doode.
baring van de ontfermingen Gods komt, en Christus doet
hem
hun
hun de steen der
wezen der zonde. Zoolang Christus nog verre
afgrijslijke
komt dat zoo
blijft,
Christus, Hij
voor
hart wordt onder het
en waarover ze struikelen. Een reuke, die ten
aanstooten
ze
val.
zijn
baat
macht saam, om de eeuwige ontfermin-
weerstaan. wel,
dit
komt zoo
de verkorenen. terwijl
ze,
Maar
niet enkel bij
korenen
tusschen
anderen
zin
zielsoog
te
heu wassche
maar evenzeer nu
hierin,
aan zichzelven overgelaten, beiden alzoo doen zouden, en
precies hetzelfde zouden doen,
in
de verworpenen,
het verschil tusschen deze beiden bestaat
beide
trad
hun hart
te
openen,
Gods eeuwige ontferming nu of treedt,
om hun
wil
om
te
bij
de uitver-
buigen, een
geven, hun verstand te verlichten,
hun het
en hen zóó naar den Christus te keeren, opdat Hij
in zijn bloed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's