E voto Dordraceno - pagina 201
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK duidelijk te
uit bij
Van
het dier.
203
III.
nature bezit niemand het recht een dier
grijpen en te slachten, opdat hij het ete. Althans een Christen, die aan
Gods Woord vasthoudt, mag zoo
God roert,
dat levend
dien
God het ons
is,
zij
u
tot spijze.
en
geeft,
Hij weet toch, dat het
niet oordeelen.
was, die eerst tot Noach, en in
Noach
tot
Ik heb
het u al gegeven." Eerst door-
dit
bij
ons sprak: „Al wat zich
geven ons het verlof schenkt,
mensch het
een dier te slachten en te eten, ontstaat voor den
met
aldus
dier te handelen. Uit
een
recht volstrekt niet.
De algemeen
een dier mocht doen wat wie
al
Christen
u,
dat
gij
te
wilde,
omdat
maar
het
is,
het dier toekent,
moet door
is,
Ook het
dier
niet
is
God u een
gij
vrij,
om
om-
gebruiksrecht
het dier alzoo te bezigen en aan
geen visch uit het water
gij
dooden, geen vogel neerschieten en plukken, noch ook eenig
en
ophalen
zijt
Zonder Gods vergunning moogt
wenden.
een dier
mensch met
Gij hebt er niet het allerminste recht op,
het niet geschapen hebt; en eerst als
om om
mensch hebt ge dat
als
verspreide opinie, alsof een
dan ook worden tegengestaan.
maar van uw God.
van
over
hij
u zelven
recht,
wild opjagen en kelen. Zij die voor dierenbescherming optreden, doen dan
ook een goed werk in zooverre de overtuiging, dat
mee
er
hij
zij
weer ingang zoeken
te verschaffen
menschen ingebeeld recht over het
's
hem
doen, wat
goed dacht, eenvoudig belachelijk
is
en in zoo-
;
hun aan
verre verdienen deze strijders dan ook onzen steun. Slechts zou te
raden
zijn,
plaatsen. zelf
als
komen
zich niet langer
op een valsch standpunt te
strijd
komen, door aan het
te
om
zoodanig zeker recht toe te kennen, en
schouwen, als
hun
als
dat waar te maken,
Zoo zoeken ze dan den mensch het dier
sterker
veel
zouden
deze
is
mannen dan ook
ontdekken,
Woord aantoonden, en
hetwelk
indien
dat
dienvolgens
hij
doen be-
eenvoudig belachelijk. staan,
ingang onder de Christenen vinden, en veel sterker steun consciëntie
te
een soort ondermensch, dat zekere rechten tegenover ons,
hoogere menschen, kan doen gelden. Dit nu
heeft,
alle
geen
van God ontving.
ze dier
tot
en in
veel
God en
niet
den mensch
uit dat
tot eigenaar
enkel zeggenschap over het dier heeft, dan
De
vraag of
men
vegetariër wil zijn d.
van vleeschspijzen wil onthouden, moet ieder voor zichzelven
sen.
God
heeft nergens geboden, dat
men
en eten mogen, dan vernietigen ze de
van Gods Woord, heffen zijn
hierdoor
zelven
juist daardoor het recht
oorzaak,
dat ze
bij
i.
beslis-
Maar
vleesch eten moet.
deze ijveraars ons het vleeschgebruik willen ontzeggen op grond, dat dier niet slachten
meer
de publieke
Gods Woord terugkeerden,
zich
en
dier
ze tot de valsche stelling, dat een dier evenals wij een soort on-
sterfelijke ziel heeft.
En
bij
pogen voor het dier op
toch
Zij
aan
mocht
dier, als
als
we een
stellige uitspraak
Gods over het
dier op,
de overgroote meerderheid,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's