E voto Dordraceno - pagina 395
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
897
XI.
persoonlijke, dat ons een eigen karakter leent en ons tot een eigen
onder de menschen maakt menscli
als
maar we
;
mnisclwn,
eu
als
van ons menschelijk geslacht
lid
aan den
zal het wél zijn,
moet ook ons gebedsleven,
daarom
en
onder
mensch
doorleven dit leven niet anders dan
eisch,
door dit tweeërlei leven gesteld, beantwoorden. hierin metterdaad de oorsprong ligt van die tweeërlei richting,
Dat nu die
niet moeilijk in te zien.
is
ontwaakt
leven
soonlijk
Een
baar.
wicht
klein
is
Immers, waar nog weinig
pas
of
hem
wat
leert bidden, bidt
nog
niet.
Ook waar op
iets
voorgezegd
kunnen
richting in een eigen gebed zou
er bij zulk een kindeke
geen per-
dan een formuliergebed denk-
niet anders
is
is,
dat
Een leven dat eigen
wordt. den,
voorstanders en tegenstanders van het formuliergebed uiteen-
de
in
gaat,
ouder
vin-
leeftijd
de vaste vorm van het voorgezegde gebed eenigermate verlaten wordt, dit
toch
dan wezen. Want het formuliergebed
schijn
geen eigen gebed geworden, omdat een kind zoover
volstrekt
de
meer
feitelijk
vier
of
beden
vijf
de
voor
wijzigt,
of
kingen,
eenigszins
van
zijn
zoodat
inhoud,
kiest.
ligt niet in
Welt het op
opkomt.
De
grens tnsscheu for-
den vorm, maar
in
de bron,
de myst-iek der eigen
uit
ziel.
vorm en woordenkeus vanzelf en ongezocht
volgorde,
de natuurlijke beweging onzer liergebed,
nu kinderachtig geworden uitdruk-
eerst kinderlijke,
meer manlijke woorden
gebed
het
dat het
avondgebedje in de volgorde eenigszins
muliergebed en niet^formuliergebed waaruit
is,
ziel
is
nog
is
geboren wordt, dan
is
uit
er geen formu-
ook al ware het dat ons persoonlijk bidden, toevalligerwijze in
menig opzicht met een bekend formuliergebed overeen kwam. Maar
er is
wel formuliergebed, zoodra de bron waaruit het gebed opkomt, niet in de
mystiek van ons gemoed maar in ons gewijd geheugen de
en
gebedstheorie
ik ontstaan,
Dan
ligt.
toch
is
de kunst van het bidden, die uitkomt, niet in ons
maar buiten ons
in een
ander.
Van
dat bidden van anderen
hebben we kennis ontvangen. Ons geheugen heeft er den indruk van opgenomen. En waar nu ook niet in ons eigen
op
gemoed, maar
Gemoed en geheugen
ligt.
beide
wij
zijn
bidden moeten, putten we,
het
te dringen, terwijl
bewustzijn
maatstaf niet
van
opklimt.
d.
omgekeerd het
aangeeft, mits
men
zeggen, dat het for-
uit ons bewustzijn in ons ge-
i
vrije
Een onderscheiding
beoordeeling
te bidden,
dan ook metterdaad de twee bronnen, waar-
vorm en gebed teruggaan. Zelfs kan
muliergebed bedoelt uit het geheugen,
moed
om
in den schat, die in ons geheugen in voorraad
gebed die
uit het
gemoed naar
metterdaad den juisten
men maar,
gelijk gezegd, zich
door schijn misleiden laat, en voor een mystiek uit het gemoed op-
geweld gebed aanziet, wat niet anders
is
dan een
vrije
aaneenrijging van
Schriftunrplaatsen, dogmatische betuigingen en gebeds-elementen, die
men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's