E voto Dordraceno - pagina 150
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI. HOOFDSTUK VI.
150
De gemeenscha}) der
heiligen is de tusschenschakel tusschen de onzichtbare
kerk en haar zichtbare
maar communaal,
individueel,
schat deel heeft, en
zijn
niet
te hezitteu.
het deel hebben aan Christus en
nu,
eerste
al
hun verleende gaven gemeenschappelijk,
2. dat ze schuldig zijn de
Dit
zegt onze Catechismus, liggen
dat elk geloovige aan Christus en
1".
hierin:
Twee stukken
zijde.
heilschat, raakt
zijn
de onzichtbare kerk, het communaal bezitten van de verleende gaven de kerk
het zichtbare.
in
De
aard der zaak toont
Immers,
dit.
aan
deelhebben
Christus en zijn heilschat
Het
zaak, die in het verborgene schuilt.
komt van verborgen
boven, het
anders
heel
chismus
is
wat Paulus noemt, dat ons leven met Christus
wijst,
gaven
Verleende
van den Vader der de
gelegde
gaven zich
des
moet
zaligheid
zijn
van
in de
hemelen, en
met het tweede stuk waarop onze Cate-
het
plicht
om
de verleende gena-
te bezitten.
den hemel
uit
afkomende
tot ons neergedaald,
Deze gave des Heiligen Geestes werken dus
lichten.
op aarde.
personen
iegelijk
ter
wandel
op deze aarde.
met onzen schuldigen
w.
t.
beneden
staat
degaven gemeenschappelijk
in
de verborgen genade van het
in God. Dies doelt het op onzen
is
niet op ons verkeer hier
Maar
is
een geestelijke
Gods vreêverbond. Het keert zich naar binnen, het
van
en
heilgeheim
is
En
neergedaalde en op aarde in ons
Geestes zegt ons de Catechismus, dat een
Heiligen schuldig
in deze
om
weten,
deze zijne gaven ten nutte en
de andere lidmaten gewilliglijk en met vreugde aan
te leggen.
maar de zichtbare
Dit nu raakt niet de onzichtbare
kerk, wel te onder-
scheiden van de geformeerde kerk of Instituut.
Immers,
aanwenden dan
de gaven des Heiligen Geestes die mij verleend zijn
tot het
nut van andere lidmaten van het Lichaam des Heeren,
onderstelt
onderstel,
nutte
wie
ik
zal
hij
en
dat ter
dit,
ze
dat ik
bij
lidmaten
zaligheid van
name personen
van
dit
Lichaam
ken, van wie ik geloof en zijn.
iemand bezig kunnen
Hoe zijn,
toch zou ik ten zoo ik niet weet
is?
Dit toont dus, dat we met dit tweede stuk van de gemeeenschap der heiligen op eens
Vanzelf leende
midden
ligt hierin
gaven aan
Lichaam,
die
te
in
de zichtbare kerk staan.
dus eene beperking. Niemand
wenden ten nutte van
op aarde
zijn,
maar
alle
is in staat,
om
de ver-
lidmaten van Christus'
alleen ten nutte van diegenen die hij
óf persoonlijk kent óf onderstelt.
Hieruit vloeit dus voort, dat een iegelijk Christenmensch geroepen
is,
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's