E voto Dordraceno - pagina 337
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XII. HOOFDSTUK IX.
448
Christenen leven, worden
millioen
van
verachters
den
nog
Nazarener
331
deze onverholen vijanden en
alle
onder
altoos
Christenen mee-
de
geteld.
gemeene
Dit
nu maakt, dat de teedere van
gebruik
meer aan dezen naam hecht, en dat gevoeld wordt. Een
worden,
na
Joden
meer
veel
Een
Christen,
ja,
dan zoo de menschen u een
dat spreekt vanzelf, op de enkele
Nederlanders Christenen. Maar een Christen die nog
zijn alle
God", „opgeschrevene
zie,
dat
is
heel iets anders.
„Kind van
met het „volk des Heeren"
Sion", gerekend
te
daarom voor den echten
heeft
meer van
er de beteekenis nauwelijks
karakter,
nu
bovendien in den Christus gelooft,
zijn,
zeer weinig
een ,duisterling", een „dweper" genaamd te
„fijne,"
thans
geeft
Christen noemen.
ziel
Heeren thans
belijder des
heid en al den rijkdom in zich, die de ontzielde en uitgeholde
al
te
de vol-
naam van
„Christen" verloor. „Christen" wil thans zeggen: niet een publiek heiden,
geen Jood, en ook geen Mahomedaan. Vandaar, dat alleen in de zendings-
naam weer hooger klank
wereld deze te
kreeg, en in onze koloniën „Christen"
bijbegrip heeft van gerechtigd te zijn tot zekere burgerlijke
het
zijn
privileges.
Aan dezen
stand
van zaken
is
voorshands weinig te veranderen.
De
afstand tusschen den cirkel der kerk, gelijk ze zich zichtbaar vertoont en
aan
onzichtbaar
Jezus
kleeft,
daartoe
is
strekt de kerk zóóver als de heilige
noch
teert,
van
Doop
te
groot geworden.
strekt,
maar wie noch op
met woorden houdt, kan
spelen
Zichtbaar ficties
zich kwalijk verhelen,
hoe betrekkelijk klein in verhouding tot de nominaal gedoopten het getal dergenen sproot
hun Heere ontslapen
die in
is,
voort
zijn of
ontslapen zullen. Dit euvel
de eenigszins werktuiglijke wijze, waarop de
uit
Roomsche
kerk de volkeren van Europa tot het Christendom bekeerd heeft. Dit ging zoo
heele volkeren tegelijk. wijze
van
doen
iets
gemeens
veel ruws en
En
te
weinig degelijk, zoo uitwendig toe.
zoo
oppervlakkig,
bijster
hoeveel er destijds ook voor zulk een massale
zeggen
niet,
Soms
viel,
en
al
ontkent
die we, ook zoo,
men
de sluiting van
aan deze geheel uitwendige
toebrenging dezer volken, niet tot den Christus, maar tot „het Christen-
dom" danken,
mag
toch
niet voorbijgezien, dat het
van deze massale dusgenaanide bekeeringen
zijn,
nog altoos de naweeën
waaronder de kerk thans
nog gebogen gaat.
De
nam
kerk
tievermogen zou
de en
zijn,
was
om
veel in zich op.
te
daartoe
deze
te
volkeren
zwak. in
Ze kon het
En
niet aan.
wel verre dat
zij
massa voor haar Heiland
Haar
assimila-
er in geslaagd te
winnen,
is
invloed van die heidensche volkeren op de kerk te machtig gebleken is
door hen de kerk innerlijk verwereldlijkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's