Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 173

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 173

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. VIII. HOOFDSTaK IV.

Zoo

b.

we de wondere werking van de eeuwige generatie nemen,

als

V.

Zoon

waardoor de

eeuwiglijk gegenereerd wordt; van eeuwigheid

nu, en tot in alle eeuwigheid

;

dan

Geest niets toebrengt.

van

En

lijdelijk

en waaraan de Heilige

is,

zoo ook als de Vader en de Zoon den Heiligen

laten uitgaan, dan

zich

en

af,

deze generatie uitsluitend een daad

is

van den Vader, waarbij de Zoon geheel

Geest

167

dit

is

wel een daad van den Vader

en wel een daad van den Zoon, maar niet van den Heiligen Geest, maar is

de Heilige Geest hierbij geheel

Zoo

echter

nu de uitgaande daden

zijn

Personen handelend

alle drie de

lijdelijk.

deel,

Daaraan nemen

nooit.

dat de beide andere meewerken.

zonder

altoos

en daarbij kan de ééne Persoon nooit Dienovereenkomstig

iets

doen,

leert

dan ook de Heilige Schrift dat de Schepping wel meer bijzonder den

Vader

maar dat toch evenzeer

toe te schrijven,

is

door den Zoon," en dat

zijn

bij

„alle

dingen geschapen

de schepping „de Geest Gods zweefde op

de wateren."

En

komt men dan

zoo

tot deze

twee

aan ons altoos werkingen

op, in of

En

:

zijn,

aan de drie Personen gemeen

die

én dat in alle deze werkingen altoos een zeker onderscheid bestaat

zijn;

hetgeen de Vader er in doet, of de Zoon of de Heilige Geest.

tusschen

Om

met een beeld op

het

In den

lichtstraal, zoo

maar

tinten;

Neem

zijn

den ongebroken lichtstraal

in

zich zelf,

't zij

zeven onderscheiden grond-

zijn

de tinten verdwenen.

geel of

van

die

gebroken,

ééne kleur.

maar

In den regenboog daarentegen

zoo dat toch alle kleuren

Denkt ge u nu het Eeuwige Wezen, afgezien van of naar buiten,

daarentegen

wordt

uw

de

werkingen

Boog

elke tint

Alle misverstand wel, dat

gaande

en

doen.

werking naar binnen

dan hebt ge natuurlijk het ongebroken Licht. Onderscheidt

beeld de

maar toch

men

er

wel de

is

saam de werking alle

Personen, dan zijn die hier afgebeeld in de aparte tinten.

drie

is

Eeuwige Wezen de inblijvende onderscheidene daden van de

het

in

blauw of rood, dan

afwezigheid van de zes overige kleuren en werkt uitsluitend het

specifieke straal

te helderen.

ge dien breekt,

nu één kleur op

ik

tijdelijke

ge

God

dat alle werkingen van

in

van

het

Eeuwige

Wezen

Neemt ge

die uitgaan,

dan

de wolken, waarin wel alle tinten saamwerken,

met een eigen kleurenpracht.

is

hiermee, zoo

we hopen, afgesneden, en nu

verstaat

„de werkingen die we in ons bevinden," altoos zijn:

geen inblijvende daden;

2".

1. uit-

dienvolgens daden die nooit van

één der drie Personen uitgaan, maar altoos van de Heilige Drievuldigheid en

3".

niettemin

zulke daden, waarbij elk der drie Personen op onder-

scheidene wijze uitkomt.

»**

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 173

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's