Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 83

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 83

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

XX. HOOFDSTUK

ZOND.

Maar nu door den

ging het omgekeerd,

val

83

II.

al

verder van

God

Inner-

af.

een drang, een leegte, een heimwee, een bange verscheurdheid, die

lijk

maar

niet begreep,

was,

om

toch

feitelijk

Zoolang

een

steeds verder van

nu

hij

bedwelmd als

met

hem

deert

is,

Hem

God

zijn

hij

hebben, terwijl

te

hem

dat

ontsluiten,

weer

hij

in,

oog

zijn

Maar ging dat oog der open, en kreeg

hem

bange zielswee

dat

zijn hart,

en

Straks

Trooster,

om

dagen en

bij

smart.

zijn

innerlijke verbrokenheid, o,

zijn

ademtocht en

zijn

al

weet niet van

hij

door inwerking van wederbarende genade

ziel

kennis aan

hij

zich en

sluit

maar

beeft en siddert,

hij

toch deze oogenblikken van siddering werken zijn bekeering niet. slaapt

en

door zijn hart schieten en de donkere diepte

bliksemglinstering

voor

ligt

Soms, een enkel oogenblik, moge er dan

niet.

dit

hij

afdoolde.

deze verscheurdheid innerlijk slaapt, in zwijm

bij

ijzingwekkend

zich

voortkwam, dat

die enkel daaruit

steeds inniger gemeenschap

hij

er op aangelegd

dan schijnt

nachten door de wonden van

bij

één roepen

al zijn zielzucht is

één die met dezen moede een woord te rechter

om

een

spre-

tijd

ken kan.

Maar wat baat het almogende houdt?

en

En

intreedt

alles

is

wel

kostelijk

gegeven

wordt

aan

en overvloed, zoo de mij

niet

de

uw

trek,

tafel,

hem

maar,

ai

mij,

ik bij

hoe

rijk

genie-

gedekt en overvloed

ook het voorwerpelijk heil voor mij

heil

prijs

blijd-

de Heilige Geest niet innerlijk in ons indringt,

beweging

te zetten

van

spijs

des

uitgestald,

en redding tot stand brachten, toch werkt het niet

geen juichtoon op de lippen en kan de

trek,

zij

en de eere ga voor wat èn Vader èn

als

die

baten,

te

den rijksten disch, en de

brengt

er

Dat

wat baat mij die weelde

en

begeeren;

hem

m^iinnerlijk

disch is rijk

o,

de smaak, de innerlijke harmonie met die spijs

en hoe hoog ook de lof en de

Zoon voor mijn

weet dat de Middelaar voor

zonden verzoend zijn?

Eer wordt het een terging.

niet.

En daarom

Uw

ziel?

toekomt? Dan verhonger

schap komt

al

zijn

draagt en in stand

en goddellijk groot. Maar wat zal het

en drank dekt

-spijs

hij

en dat

goed en zoo goddelijke schat

als zoo kostelijk

van

den Vader

bij

hem

kracht Gods

ook wat baat het hem, of

hem

ten

zulk een ontdekt zondaar nu, of hij al weet dat de

alomtegenwoordige

er

om

dorst,

er

honger naar

het tot ons te

levens

ons

nemen

den smaak

;

te

te

en

ziel niet

om

verkwikken,

in ons dat heil te

wekken; het geloof in bij

het tot ons

nemen

geven voor haar geur en

haar sap.

Op God zelf is de ziel aangelegd, en daarom kan ze in niets minder in God zelven rusten. En zoo maakt juist ons geschapen zijn naar

dan

Gods

beeld, dat er geen vrede, geen harmonie, geen evenwicht, geen inner-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 83

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's