Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 301

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 301

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

;

ZOND. XXIII. HOOFDSTUK

van

beschikking

was

God, en voor zooveel

zijn

zakelijkheid

dus

het

nog over kracht beschikt,

hij

der zonde, dat

dit juist het noodlottige

door een duivelsche nood-

hij

God

komen.

Hem

moest zich weer naar den mensch toe

zelf

moest de zoekende

liefde uitgaan. Hij,

zondaar

zich verklaren, en het openbaren, of er voor een

weg kon geopend, om hem weer

een

Hem,

God,

zijn

Hem ontviel

die

de zielsgemeenschap met

tot

God

brengen. Kortom, het moest door

te

onze God, moest

zelf

geopenbaard,

of dat zalige bewustzijn, dat in het geloof werkte, hersteld kon

mensch

een

God kon

deze kracht verspilde en misbruikte. Alleen van

al

heil

bewegen. Van

nog

301

II.

worden

in

zondaar wierd en dus het oorspronkelijk geloof afsneed.

die

Hierop nu was de Christus het antwoord. In den Christus toch werd

getoond en geopenbaard, dat er in God

dit Evangelie gewrocht,

ontferming

hartigheid,

Goddelijk

en

niemand

paradijs natuurlijk geen sprake zijn. Zoolang er

den weg

in

En

eerst als er

iemand

aan dien vijand doen

nu ook

kon

vergeven en

hem

De vraag

veel

in stil geloof voor

van

dus

open,

en

Gods

zijn.

Adam

is.

Zoo

Gods aangezicht van Gods

heerlijkheid,

in en voor zijn ziel schitteren,

ontferming genadig

stond

die mij iets

is,

verdriet en beledigt, kan ik juist

grieft,

Adam

het

vergevingsgezind ben.

zachte zin van verzoening in mij

liefde,

wijsheid

in

ik

barmin

kon de Heere

maar

niet.

wist het niet en geen zondaar

God de Heere een zondaar opeens en zonder hope voor eeuwig

wist het, of

dan wel of er

afsnij dt,

Gods

van

er

Gods

van

almacht,

die mij

is

zien, of de

den Heere. Zoolang

bij

wandelde,

openbaar worden, of

niet

kati

legt,

is

Daarvan kon

mededoogen.

God den Heere nog gedachten

in

des vredes zijn

of Hij wil den dood eens zondaars, of dit, dat hij leve.

En

nu

dit

God de Heere

ontsloten.

van

groot

dat

Christus openbaar geworden.

in

is

is

openbaar geworden,

goedertierenheid, en tot

Een weg des

als

barmhartig, genadig en

is

de sprake uitgegaan,

den mensch

ook als zondaar weer bewuste zielsgemeenschap met

hij

heils is

zijn

God kan

erlangen,

want

geestelijk

goed welt, maar dat van den Vader der lichten óók afdaalt de

dat

uit

die Fontein aller

goeden niet alleen

glans zijner verzoenende, verlossende en herstellende genade

ook

omdat God een genadig God

zondaar,

een

komen

is,

;

alle overig

kortom dat

tot geloof

aan God

kan.

Dit laatste echter altoos zoo, dat ook hierbij de grondslag der schepping blijft

eigen

aard

doorgaan,

inspanning,

van

toch

zondaar

dan

en

dat

is,

ook

maar

ons

dit

geloof in den zondaar niet als vrucht van

alleen als

wezen

als

Gods gave openbaar kan worden. De

schepsel

en

van

dat wij altoos als Kaïn blijven roepen

ze

vergeven

worde."

:

onze

ontaarding als

„Mijne zonde

is

grooter

Niet natuurlijk in die oogenblikken, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 301

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's