E voto Dordraceno - pagina 184
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK
186
stemmen we eigendom
is
dan
dit
ken
om
in dien zin een der
is
fundamenten van het maatschap-
bezitters verder gaan,
rijke
deswege
en
zij
zette.
en niet zoozeer bezorgd
en dat
is,
naar eigen goedvinden
blij-
willen afleiden, dat al het
om
van Godswege vrijheid hebben,
zij
te beschikken,
zedekunde,
Christelijke
Gebod
dit achtste
uit
hunne wettig eigendom
der
mogen mede-
de „fundamenten der aarde", maar meer over hun eigen
te zijn over
daarover
gelooft,
een maatschappij in te richten, die dat Gebod op
nu de
als
schatten,
ping
Voor het vraagstuk van den
gebouw. En nooit zou, wie aan Gods Woord
werken,
Maar
toe.
ons metterdaad in het achtste Gebod een vast punt gegeven.
Het achtste Gebod pelijk
volkomen
ook
I.
om
al zulke
dan
is
het plicht en roe-
wanbegrippen
te vernieti-
gen. Eigenlijk was daartoe de eenvoudige voorlezing van den Heidelberg-
schen Catechismus op het achtste Gebod reeds voldoende, want
Catechismus
zegt, dat zich tegen dit
zich heeft, dat door
wie gierig
Gebod
bedrog, woeker enz. werd verkregen
list,
in
onze
;
voorts 2". al
of verkwist; en 3. eindelijk al wie zijn goed niet ten meeste
is
nutte van zijn naaste besteedt en den nooddruftige helpt; terstond
als
vergrijpt: 1. al wie iets onder
het
dat
oog,
dit achtste
Gebod
— dan springt
zijn overtreders
voor geen
gering deel juist onder de bezitters zoekt, en meer buiten dan in de gevangenis oordeel velt over zijn delinquenten. Proudhons zeggen, dat alle eigen-
dom
uit diefstal voortkomt, is stellig
welbezien, gestolen goed
1563
van
:
Woord,
De Catechismus
maar
nooit
sinds
zelf
toch
is
ons wel een uitlegging
een regel voor ons handelen; en zoo
hier op de Schrift zelve teruggegaan. Niet alsof het zeggen des
Gij zult niet
het
stelen,
eigendomsrecht
de laatste grond ware, waarop de eerbiediging
van
onze naasten steunt.
uiticcndig gebod toch staat altoos achter in kracht
Heere ons inschreef in de de
maar stond
deze altoos min of meer oppervlakkige redenee-
bij
blijven staan.
het
Heeren
we
kunnen
niet
moet ook
van
verzon niet eerst Proudhon,
den Catechismus.
in
Toch ring
is,
onwaar, maar dat zeer veel eigendom,
Heere
tafel
bij
Een
een gebod, dat de
van ous eigen hart. Zelfs zouden we,
wet niet in ons hart had
zijn
met het uitwendig gebod
Dit kan nooit.
bedoelde.
ingegrift, niet verstaan
Een uitwendig gebod, dat
als
wat Hij
niet steunt
op een inwendig gebod, moet daarom altoos een volledig omschreven ge-
bod te
zijn,
laten.
waarin met juistheid wordt aangeduid, wat ge hebt
Zoo
b.v.
ten opzichte van dezen
lijk
zich
doen of
het proefgebod in het Paradijs, waarbij een bepaalde
boom wordt aangeduid en nauwkeurig wordt dat
te
boom
te
gezegd, wat
Adam
en Eva
doen hadden. Maar een algemeen gebod,
over geheel het leven van alle menschenkinderen uitstrekt, ge-
het gebod
:
Gij zult niet stelen, zou eenvoudig niet verstaan noch ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's