E voto Dordraceno - pagina 98
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND.
98
Van moeders
mering.
En
XX. HOOFDSTUK
aan
lijf
is
ook waar later twijfel in zijn
dan
men
of
bewerkt door den Heiligen Geest.
hij
ziel
IV.
„of deze wel de Christus was,
rees,
anderen verwachte," heeft deze
een
twijfel
met
toch niets
deze bekommering uitstaande. Zóó als de Christus aan den oever van de
Jordaan verschijnt en gedoopt
roept
is,
Lam
den zijnen toe; „Ziet het
hij
Gods, dat de zonde der wereld wegneemt."
Zoo zouden we kunnen voortgaan, en eveneens op het verschil kunnen wijzen tusschen David en Salomo, een Jesaja en Jeremia; ook in de ge-
schiedenis der kerk op het onderscheid in den bekeeringsweg tusschen een
Augustinus en Chrysostomus, een Luther en Melanchton eigen dagen en Prinsterer
eigen omgeving op een
in onze
maar waartoe meer ? Houden we ons
;
getuigen die de Heihge Schrift ons voorhoudt.
Gods
Verbonds
wel
onderscheiden
niet
wel
liever
aan de wolke der
En dan
staat het vast, dat
onderscheidene
zeer
wegen gehouden
wat het ivezen des
toch wel zal geweest dat
er
moet geweest
ook
zijn,
bij
zijn,
gaat niet door. Immers,
maar dat al
mannen wel een overgang
deze
toch droeg die
bij
ze er
daarom
geven we van harte in
hun bewustzijn
hen, en daar alleen spreken
we thans
De Heilige Schrift is niet En dus moogt ge niet achten
voor anderen duidelijk merkbaar was.
en
een mensch maar door God ingegeven.
vergeetachtigheid of verzuim deze periode in overslaan.
Indien
er
een
zulk
beschreven staan. Vandaar dat roeping
over
zijn
maar
die niets
brj
heftige
heeft
geweest was, zou ze
Jesaja zijn heftige worsteling (in Jesaja VI)
tot het profetisch
gemeen
werk
het
dient gewezen,
Gods
met
t.
zijn
ambt wel terdege beschreven
staat,
roeping tot bekeering.
bij
w. dat er scherp onderscheiden
in ons, en ons
door alsof
hun leven zou hebben doen
worsteling
Dit nu hangt weer saam met het tweede punt waarop
kommering
hier
karakter van een heftige worsteling, die voor henzelven
het
nooit
over,
Want wat men
aan heeft gevoerd, dat van Izaak en Salomo en Jesaja
tegen
deze heftige bekommering wel niet beschreven staat,
toe,
Wegen
heeft.
heils of des geloofs aangaat,
zeer onderscheiden in de loejmssbuj der genade.
eens
en zelfs in onze
;
Costa en Groen van
en vrijmachtige genade met de heiligen des Ouden en
almachtige
Nieuwen
maar
Da
de echte be-
moet tusschen
ingaan in dat werk Gods met ons klaar
bewustzijn.
Het werk Gods gezet in
is
kunt ge
in ons begint altoos buiten zelfs niet
ons om. Eer het leven in u
de allerminste ritseling of beweging ten leven
u gewaar worden. Het begint dus aldoor zonder
in.
van
En
u, buiten
u om,
eerst dan, als eigenlijk alles reeds geschied en voleind
dit volbrachte
is,
tecfen
kunt
u
gij
werk Gods in u eenige kennis of wetenschap erlangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's