E voto Dordraceno - pagina 575
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LIL HOOFDSTUK. IV
regiment
Gods, dat
zijns
577
ding stuurt en regeert naar
alle
zijn
eeuwig wel-
behagen.
En dit doel nu wordt immers juist bereikt door Want uw is het koninkrijk, waarin de betuiging den loop der dingen regelen
wil,
hem
hij
maar dat
zal schikken,
Hem
belijdt dat
ook
met
zelf
hij
Hem
en
de eerbiedige betuiging dat niet Gods kind
ligt,
noch ook vraagt dat
omgekeerd God
in
zijn
zijn
God
zich naar
hoogheid erkent,
alleen het Koninklijk regiment toekomt, dat dus
en aanzijn zich te voegen heeft
zijn persoonlijk leven
naar de leiding van dat Koninklijk regiment, en dus ook, omdat
Koning
is,
de verhooring en niet-verhooring van zijn bede aan den wille
Gods onderwerpt. Eeuerzijds gaande
Maar
„Niet mijn
in het
anderzijds
den
slaaf,
dat
zelf
niet zelf
anders
niet
het alzoo een betuiging van herusting,'m-
maar de
wil
van U, mijn Koning, gesehiede."
deze berusting toch weer niet de
is
gebeden
is
wil,
doch veelmeer de
vrijwillige,
koninkrijk kome, nog eer
om
vergeving van
zijn
hij
maar op den voorgrond. in.
En
doet
hij
hem
hij
vastelijk overtuigd
eeuwig geluk en dat der zijnen, alleen ddn komt en zou ondergaan,
als
maar
omdat de naam des Heeren hem boven
doet het ook, omdat
alles gaat, hij
niet op den ach-
Hij bukt en zwicht er niet voor,
dit,
hij
om voorziening om verlossing uit
bad
schuld en
eigen verzoeking? Dat koninkrijk staat alzoo voor
roept het zelf
stomme berusting van
lofzingende berusting van het kind,
dan dat Gods koninkrijk triomfeere. Heeft
wil,
Uw
:
in eigen nooddruft en
tergrond,
God
zijn
als
is,
dat zijn eigen
dat koninkrijk komt,
dat koninkrijk uitbleef.
In de tweede plaats wordt hier nu die andere betuiging aan toegevoegd
Want uw is de kracht. Raad en bestel baten niet, zoo de kracht afwezig is, om dien raad en dat bestel door te zetten en ten uitvoer te brengen. Als Mnd van mijn volk kan ik mijn koning liefhebben, en stil vertrouwen in
zijn
over
de
Doch
dit
Koning
beleid
en
grenzen
nu
zijn toevoorzicht
maar een machtiger
ment onzes
juist is hier niet alzoo.
Gods
Wel
Immers Satan
nu tegen God
te niete
of hij het Koninklijk regi-
doen; maar dat juist kan
verzondigt.
strijdt, is
kracht, die hij van
Eens wordt Satan, en
niet enkel de belijdenis, dat de kracht
al :
God
ontving, en
wie Satan aankleeft,
Want uw
is
Gods grooter
kracht van Satan, maar heel anders, dat er geen kracht I VOTO DOBDB. IV.
hij
heeft geen kracht. Alle kracht is Godes, en alle kracht
geworpen in den poel des vuurs. In de betuiging dus
kan van
verijdelen.
verheft zich toch ook tegen den
zijn volk te bestrijden,
mocht kunnen
waarmee Satan tegen God
ligt
vorst
der koningen een wederpartijder, die „overste der wereld" werd,
en niet aflaat God en
niet.
;
komen opdagen, en den raad mijns konings
is
de kracht^
dan de
is
dan
uit
Qi7
God
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's