E voto Dordraceno - pagina 204
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK
206
Gods ordinantie geheel
III.
zijn bezit beheerscht, zich heeft los
gemaakt. Een
kwaad dat nog verder voortschreed, toen voor geld papier
kwam, en
in de plaats
werd geschapen, dat bijna aan geen
er zoo ten slotte een bezit
enkele natuurlijke macht of ordinantie onderworpen was. Niet het bezit van dieren of land, of ijzer of koper,
geld droeg in in,
menschen geest het dwaze besef van eigen almachtigheid
's
hem
en bracht
aldus in den waan, alsof
hij
vrij
geld, geldswaardig of voor geld te verkrijgen was,
omdat het
geld
was
los
van
zedelijke
band
maar het
bezit in geld oorzaak
wat
kon beschikken. Juist
is
niet het bezit in naturalia,
geworden én van de valsche denkbeelden
bezitstoestand binnensloop. In zooverre ligt er in de
den
thans
die
reactie,
alles
eigendom ingang vonden, én van den ongelooflijken mis-
in
die
machtig over
natuurlijken band, en alleen een
eiken
de geldmacht kon binden,
den
over
die
stand,
feitelijk
maar met name het bezit van
tegen
dusgenaamde kapitaal opkwam, een zeer
het
tastbare grond van waarheid. Reeds onder Israël heeft de Heere dan ook dit
booze kwaad, dat uit het geld voorkomt, door de wetten die Hij aan
Het spreekt toch
Israël gaf, willen stuiten.
danig
dan
vooral
tot
macht komt,
als
vanzelf, dat het geld als zoo-
men van
het geld een productief
maakt, en op het geld overbrengt, wat eigenlijk alleen aan plant en
iets
toekomt,
dier
om
macht
w. de
t.
zijns
gelijke voort te brengen.
het dier het dier en de plant de plant voortbrengt, zoo laat geld
het
voortbrengen,
geld
wat men noemt
door
hierop nu gebood de Heere in Lev.
uw gij
broeder zult
hem nemen, maar bij u leve uw geld
van
overwinst
uw
;
XXV:
gij
ook
het oog
36: „Gij zult geen woeker noch
zult vreezen voor
zult gij
men dus Met
rente.
Gelijk
hem
spijze niet op overwinst geven."
niet op
Al heeft
uwen God, opdat woeker geven, en
men
toch deze be-
palingen over de rente losgemaakt, door te zeggen, dat ze alleen op eigen-
gezegden woeker slaan, toch
lijk
Lev.
XXV
:
36 in
strijd.
De
geld geleend moet worden,
en wel
te geven,
is
is
dit
met de
eigenlijke beteekenis
bedoeling van dit woord
om
is
van
wel degelijk, dat
het in gelijke som, zonder verhooging, weder
het een blijk van het diepe verval der hedendaagsche
Joden, dat het volk, dat zegt onder de Thorah van Mozes te leven, juist het
groote
Ze maken
woekervolk dit
in
alle
dan goed door
landen van Europa en Azië
te
zeggen, dat in Lev.
dat ze geen woeker van hunne broederen ze
den
woeker
dan
dubbel
en
XXV
:
is
geworden.
36 alleen staat
mogen nemen, en deswege nemen
driedubbel, soms tot twintig percenten
meer van de Christenen. Ook onze Gereformeerde theologen hebben op grond van Lev.
XXV
:
zich,
36 veelszins bezig gehouden met de vraag, op
welke wijze de teugel, die in dit gebod tegen het onheilige van de geld-
macht geboden
is,
ook nog in onze dagen tot tempering van het kwaad
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's