E voto Dordraceno - pagina 424
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
426
XL VI.
ZOND.
HOOFDSTUK
1.
om
op
God
te
welijke toespraak toe te naderen, Hij ons de vrijmoedigheid geeft,
zoo
innige
wijze
Doch
naderen.
Met
alle
voor
ons
natuurlijk
om God
andere wijze,
kind
een
als
dat niet een gebod in dien zin, alsof elke
is
bij zijn
voor zijn vader, zoo voor onzen
Naam
namen waarmee God de Heere genoemd
mogen
heeft,
toch
naam van voor,
neemt
dit
wel
Schrift
aan
toe
om
wel
gemaakt
in
heeft;
die
en
niet letterlijk in de Schrift
en als de
dat
God
onzes Verbonds
dus ook het volste recht
wij
den aanhef hunner gebeden God den Heere toe
merk
voud
van
iemand
van
den aanhef van het Onze Vader
die een
oprechtheid
is
te
spreken
af te keuren,
iets leert,
dan
is
Eeuwige Wezen de hoogste een-
moet
zijn.
Reeds een koning op
koning begon toe te spreken met een opeenstapeling
allerlei wijdluftige
maken. Het zou
bijna
men
bedenkelijker.
van
Nu
onze
maken
bij
Proef op de som
zijn.
zal doen, als in het
men
dan ook, dat men zoo
is
voor zichzelven alleen bidt,
gebed voorgaat.
En
dit juist
toch sluipt allicht de verzoeking
die hoogheilige
den naam des Heeren niet voor
zou zichzelven tot een voorwerp van belaching
niet gekuischt, het zou een zich verloopen in winderigen
nooit
voorkeur als
stapelen
titels,
zou onkiesch
het
praal, iets
en
ernst
Er
wordt alleen met het korte woord Sire of Majesteit toegesproken,
aarde
en
in
wel, dat in het toespreken van het
het
—
bidden, er zeker werk van
met zekere opeenstapeling van hoogheilige namen. Dit nu want zoo Jezus ons
namen
deze
moet echter gewaarschuwd. anderen
voor
ze
maar dan
Al komt toch de
zijn.
God den Heere met
gevaar
één als
zichzelven
Heere onze God zich in de Heilige
de
Drieëenige
gebeden
onze
Tegen
bidders,
om
maken,
dat
de
als
ook in
spreken.
te
zijn
weg
niet
degelijk
bekend
ons
hebben,
geopenbaard
God en Verbonds-God
Drieëenig
zijn.
aanspreken in onze gebeden.
die wel niet rechtstreeks,
in de Heilige Schrift
zijdelings
Woord
in zijn heilig
Hem
wij
wat ook geldt voor die namen,
Iets
noemen, hiermee zou uitgesloten
te
gebeden
iets
namen
ijdellijk
bij
om
in het opeen-
zeker vertoon te bedoelen. „Gij zult
gebruiken"
zeggen
te
in,
maar
maakt de zaak nog
is
een gebod, dat ons ook
Soberheid
heeft.
en schuchterheid
het gebed veel dieper en ernstiger indruk, dan die onbeteugelde
uitvloeiing van heilige klanken.
We of bij
zeggen daarom
niet,
om
iemand op het hoogste punt van
zijn
gebed,
een zeldzaam plechtige gelegenheid, niet in zulk een biddende ver-
rukking kan geraken, dat
naam
dat
hij
drang en behoefte
des Heeren al grooter te maken, en
toch
maar
bewondering;
in zijn ziel heeft,
daarom klank op klank
om
den
stapelt,
uiting te geven aan zijn gevoel van aanbidding en heilige
maar
in
geen geval hoort
dit
dan toch
in
den aanhef des
gebeds thuis. Bij nauwkeuriger opmerking ontwaart ge dan ook, dat deze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's