E voto Dordraceno - pagina 470
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XL VIII.
ZOND.
472
Deze bede kan dus
God
de vijandschap tegen
nog tegenover
hier
die
uw
uit
HOOFDSTUK
hart niet opklimmen, tenzij eerst in
God
in liefde voor
staat,
Zóó bidden kan
het Koninkrijk van den Zoon der
Koninkrijk
alleen, die uit het rijk der duisternis over-
hij
te
ge er in overgezet
den
uw
En
voor het
het nu zoo, dat
is
uw
en alzoo het Koninkrijk van God
zijt,
uw
volk
zijn
is,
Koninkrijk
om
Alzoo
liefde.
bidden, moet ge zelf tot dat Koninkrijk behooren, er zelf
deel van uitmaken, er in staan, er in leven.
een
hart
omgezet. De onbekeerde,
zij
gezet
in
uw
en nog in de duisternis wandelt, kan zoo
niet bidden. is
II.
volk, en zijn
Koning uw Koning, dan
uw
waaraan
vaderland,
smeekt ge het van uw God
rijk
gewor-
ook in dat
is
hart behoort, en dan bidt, dan
dat Hij dit heerlijke Koninkrijk steeds meer
af,
doe komen.
Doch
verband
in
juist
hiermee doelt die bede dan ook allereerst op
onszelven.
Immers de toestand nog
macht
tweeërlei
maar
hem
in
maar
onzen
hemelen geschiedt door de weder-
wel
nog enkel potentieel
alles
naar
het
wil.
Daardoor nu
blijft
is.
vermogen
maar nog geenszins naar de uitwerking en
De nieuwe mensch
staat
ook
er,
in
wezens.
slachtige
in ons
vernieuwd wordt,
in onze neigingen, ons
Koninkrijk
al
mensch
liefde,
en
zijn
roepen
niet
der,
zijn
we twee-
Koning van
dit
maar naar onzen ouden mensch pogen we
tel-
te weerstaan,
heeft de
ons te onttrekken aan zijn wetten,
Naar onzen nieuwen mensch
we
De
al
den
dag
mensch
en
luidt
den nacht
al
nog
altoos
dat deze Koning over ons zij! is
ons
heerschappij van ons af te wenden.
ouden
onzen
in
oude mensch
in het Koninkrijk, de
is
Naar onzen nieuwen mensch
onze
verstand
levenslang en tot onzen dood toe, die
onzen eigen persoon, nog tegenover. Zoo
kens nog dezen Koning
verkeerea,
lijdelijk
Dit wil zeggen, dat in
moeielijke worsteling tusschen den ouden en den nieuwen
standhouden.
is,
maar verzwakt.
in het Koninkrijk der
daarom
juist
wedergeboorte
de
op aarde
hij
overgezet in het Koninkrijk,
is
genadedaad Gods waaronder we geheel
een
die
worstelen. Hij
blijft
afbreekt, niet stevigt,
Onze overzetting geboorte;
Gods kind zoolang
woelt en werkt nog inwonende zonde, die dat Koninkrijk
maar
niet bouwt,
deze, dat in
is
niet
Wie
:
het
honing
booze
maar naar
leve !
roepen
:
aanbidt, ook in het
onze oude, maar onze nieuwe mensch. Het
is
We willen Ome Va-
onze nieuwe
mensch, die bidt tegen onzen ouden mensch, en daarom smeeken we dan
Regeer
Gij
meer aan
U
ons
alzoo
door
uw
Geest en Woord, dat we ons langs zoo
onderwerpen, en steeds meer ivare onderdanen van
Koning worden mogen. Het
is
U
als
onzen
een bidden tegen ons zelvenin. Een bang
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's