E voto Dordraceno - pagina 177
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. Vin. HOOFDSTUK V.
naam van den
Drieëenige in heel de Heilige Schrift niet wordt aange-
metterdaad niets in
troffen, is
van
Drieëenig
dan
zou
geven, dat niet alleen de oudvaders van
zijn toe te
deze zaak geheel onkundig bleven,
de Heere Jezus en
zelfs
Maar
in
dien
ligt
nu
zijn
bijkomstig,
alzoo
Gold het derhalve dien naam
brengen.
te
en de aldus genoemde onderscheiding in Personen,
God,
voetstoets
melding van de
171
zijn
maar
apostelen
naar
dat,
nimmer
't zij
alle waarschijnlijkheid,
dien
Naam,
't zij
de ver-
Personen op hun lippen namen.
drie
naam van Drieëenig en in die benoeming van Personen En die naam èn die Persoonsbenoeming
juist niet de hoofdzaak.
in
hoofdzaak juist hierin
terwijl de
ligt,
dat
God de Heere
bestaat en naar de mate van onze bevattelijkheid
zelven
zich
alzoo door ons gekend worde.
Niet alsof hierin de zeer bepaalde Belijdenis van den Drieëenige en van de
Personen
drie
in het ééne
men
zoodat
verklaard,
Persoonsbenoeming van
de
op
zou kunnen zetten.
zij
der kerk miskennen
Belijdenis
;
ook geleerd, dat nog nimmer zulk een poging,
voorkwam,
ontkomen,
te
voor onverschillig wierd
kwam, ongehinderd en zonder schade dezen naam en deze
Formuleering
doel
Wezen
Goddelijk
ook nu nog, naardien eenmaal de kerk tot deze
dan
juist
Dit toch ware geheel het
en de uitkomst heeft dan
om
aan de geijkte formule
godgeleerden, die tegen de zaak
bij
zelve bedenking hadden, en wel waarlijk het mysterie zelf der heilige Drie-
vuldigheid aantastten.
Het
is
bonds
andere
na
eenvoudig verre
toch ganschelijk niet waar als zou de kerk des Nieuwen Ver-
geen
van
zijn
te
hebben,
roeping
spreken.
Naspreken
om
dan is
de naakte Schriftwoorden
geen geestelijke arbeid, en wel
kerk tot zulk een werktuiglijk naspreken van klanken te
roepen, gaf de Heere Jezus haar veeleer de gewichtige taak,
houd der Heilige Schrift op dat bewustzijn
en
met de leugen
nemen
om den
in-
in het menschelijk bewustzijn; in
die er tegenover staat te laten
worstelen;
vrucht van deze worsteling tot een zoodanige Belijdenis van het
als
goddelijk
wierd
te
mysterie te geraken, dat ze als uit ons menschelijk bewustzijn
teruggegeven;
bewoordingen,
en
ter
als,
wel teruggegeven in zulk een taal en in zulke afwering
van elke
ketterij,
door ons menschelijk
bewustzijn geëischt wierd.
En meen
niet,
dat deze arbeid der Christelijke kerk om, tegenover de
leugen en ter afsnijding van uit
van
het
het
menschelijk
alle
bewustzijn
ketterij,
den inhoud der Heilige Schrift
te reproduceeren,
alleen een inspanning
denken vorderde en dus uitsluitend op de kracht der hersenen
en de studie der geleerden aankwam. Zoo lag het volstrekt deel
is
de
Belijdenis
der
waarheid
nooit
niet.
Integen-
één enkele stroospier verder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's