Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 443

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 443

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLVII. HOOFDSTUK

dan de Openbaring die God ons aangaande

niets anders is

Heeren

ven gaf. Wij uit onszelven kennen God

Hem

we

noemen

Hem

we zeken ,

is,

daarentegen God de Heere

Wie

roepen:

uit te

uwen naam? Dit kan niemand. Dit kan aan ons kan Hij

alleen

God

U noemen bij

zal

uit

genade zich-

zelven aan ons openbaart. Openbaart Hij zich niet, dan staan

eeuwig mysterie en besterft alle toespraak tot onzen

Maar openbaart

om

leen,

we

ons onzen

Hem noemen onder

heeft

baard, zoo

heeft.

bij

heeft,

naam Want

God

zooals Hij

gelijk

wij

noemen,

volle

zijn

noode dat

wij

Hem te

wij

Openbarende God geheel

Hem,

en niemand kent

wij

noemen. Er

God

tenzij

daarom

naam waarmee

maken; ons

niet

te

bij

zijn

hetzelfde. Alleen

is

ondoorgrondelijke diepte uit-

zijn

en daarom

;

spreekt,

is

alleen van

naam, voorzoover Hij door

Naam Gods, of de zich wie Hem kent kan Hem noemen, is

zelf zich

de

hem geopenbaard

aan

hebbe.

zon en haar schijnsel geven hier het treffendste beeld ter opheldering.

De

Wat in

licht,

is

nu ook

de

het

is

niet de zon zelve,

alleen haar schijnsel ons bereikt.

staat, en

God de Zon,

die in zijn

is

het ook:

schijnsel der

zijner

Openbaring naar ons

met het

van God, maar met God

schijnsel d.

i.

zoo

uit-

geniet, dit Goddelijk licht indrinkt, en bij

Openbaring wandelt, zegt evenzoo dat

zijn Openbaringslicht,

En

wezen zich voor ons verbergt, maar

den glans

Maar wie nu den glans

heeft niet

is

Daarom zeggen we

zon zelve die ons aandoet.

zijn licht, zijn heilig schijnsel, straalt.

opnemen

weinig zon in die kamer", al weten we zeer wel, dat de zon

te

aan den hemel

zelve

in ons leven

het schijnsel, dat van die zon uitstraalt; en toch

schijnsel

dit

„Er

wat we

genieten,

wij

maar het

in

al

God kennen en noemen

menschen kan gekend worden

naam

zoo heeft Hij zich aan ons geopen-

is,

wezen in

maar hiermee hebben

spreken;

dit al-

Hij zich aan ons

wel meer in God dan ons geopenbaard werd, en nooit zal de

Hem

lippen.

dan strekt

naam. Wie van Gods

zijnen eigen

dus te verstaan:

naam, en zoo hebben

zijn

is

we voor het

God op onze

te leeren kennen, en ons te doen verstaan, hoe

God

zullen

dien

geopenbaard

gedaan

Hij zich wel, gelijk Hij

maar ook

zichzelven,

noemen mogelijk maken, doordat Hij

dit

hoe

en niemand nader," voegt het ons met Von-

den reizang van den Lucifer

del in

zichzel-

niet,

kenden, zouden

uit onszelven

Na

een 7iaam kunnen geven.

bekend

en weten dus ook

niet,

Hem

Indien we

zullen.

alleen zichzelven

445

I.

in zijn

Naam

gemeenschap

hij

zelf,

omdat

Hij zelf

tot ons komt, gelijk de zon

ons aandoet in haar koesterende warmte. Staat het nu zoo met den duidelijk, gelijk

de

Naam

des Heeren, dan

wat onder de heiliging van dien naam zon

in de duisternis dezer aardsche

schitterende stralen uitzendt, zoo ook zendt

is

het immers tevens

te verstaan

zij.

Immers

natuur haar glinsterende,

God de Heere den blinkenden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 443

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's