Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 518

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 518

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. L. HOOFDSTUK

520

meewerkt

is

Zoo opgevat

onderwijzing,

sche

werkende naar zijn ordinantiën en door zijn God-

zijn gave,

delijke kracht.

II.

ligt er alzoo

in

deze vierde bede een dagelijk-

kracht uws Gods te belijden, en te erkennen, dat

uw u

om

u eiken morgen lokt en noodt,

die

gij

de almogende

in uzelven,

ook voor

lichaam, niets kunt en niets vermoogt, tenzij Hij de kracht er toe in werke.

ziekte,

En

nu moet erkend en

dit

hoe brood u niet helpt,

uw

beleden, niet enkel in dagen van

de trek vergaat en ge het brood staan laat, en nu

als

lichaam

God

als

met de

verzelt

het niet gedijen laat, en het niet ook in

kracht zijner heilige ordinantie

moet evenzeer betuigd en uitgesproken

al

te

om

er pas

;

maar het

den dag, dat u kracht en wel-

stand wordt gegund. Gezondheid, zegt men,

menschen beginnen

zelf ervaart,

een groote schat, maar de

is

en er even voor

te bidden als ze ziek zijn,

En

danken, als ze uit ziekte worden opgericht.

toch wat

gezondheid anders, dan de zegen Gods over

uw

is

welstand,

lichaam ? Gezond

wat

is

zijt

ge en wel gevoelt ge u, als de ordinantie Gods over het menschelijk

lichaam ook alzoo alles

voor

uw

in

dien

normaal werkt. Elke dag van uw leven

lichaam

welstand een kostelijke gave, die u van den Oorsprong

goeds toekomt,

dat ge niet u uzelven hebt, en

iets

Hem

dus eiken dag hebt te bidden, en waarvoor ge danken. Zoo

ligt

naar

de

ziel,

Wie deze bede

existentie.

maar

voor

morgen weer, dien dag

goedheid

weer

lichamelijke

Hem

eiken avond hebt te

dat

de

gunst

zijns

moge verleend worden, genoten

existentie

is,

uit

in.

bidt, erkent dat hij niet

evenzoo naar het lichaam van oogenblik tot

oogenblik alleen door de gunst zijns Gods bestaat eiken

waarom ge

dan in deze vierde bede heel ons uitwendig bestaan

Heel onze lichamelijke enkel

is

dankt die

hij

gunste

en,

Gods als

;

en daarom vraagt

in het lichamelijke

hij

hem

om en Gods hem in zijn Gods toekwam. Want dit de dag weer

eiken avond voor wat zijns

spreekt wel vanzelf, op elke bede past een dankzegging. In den morgen:

„Geef ons heden ons dagelijksch brood," en

in

den avond

:

„Ik dank U,

Heere, dat Gij mij voor dezen dag mijn brood geschonken hebt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 518

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's