E voto Dordraceno - pagina 416
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
416
ZOND.
,
maar wierd
XXV. HOOFDSTUK
III.
er 'bovendien vereischt een geheel andere
daad Gods, waardoor
bekwaamde voor hun taak
Hij de schrijvers dezer boeken
als teboekstellers,
en deze onderscheidene teboekstellers zóó op elkander deed aanwerken, dat
hun gezamenlijken
uit
ingeving
arbeid de ééne Heilige Schrift ontstond. Tweeërlei
Vooreerst
dus.
waardoor God de Heere aan de
ingeving,
die
patriarchen, profeten, psalmisten, evangelisten en apostelen zijn wil open-
baarde;
Heere
en
om
heeft,
tweede
ten
eenige
een
personen,
in
hun gezamenlijken arbeid
door
God de
andere ingeving, waardoor
geheel
bekwaamd
zeer verschillende tijden levende,
af te leveren en tot stand te
brengen, die verzameling van schrifturen, die wij thans noemen de Heilige
Deze
Schrift.
moeten
ingevingen
beide
dus
wel onderscheiden, en het
hopeloos dooreenhaspelen van deze twee heeft tot zoo namelooze verwarring geleid, dat bijna elke gedachtenwisseling over de Heilige Schrift ten leste
op een quiproquo
Denk waar
niet
u
dit duidelijk te
maken, een gebouw
ééne
aan gearbeid
hebben,
gesproken de
dan begrijpt ge toch
is,
er voor
een oorspronkelijk plan moet hebben bestaan
bouwmeester
het
gezien.
allerlei
verschillende
saambrengen, en
passen,
in
geheel
hoeken
die,
en
van een legkaart
aan toeval
hierbij
zijn,
te denken,
maar
volle zekerheid, dat eerst die teekening wierd ontworpen,
geplakt, dat voorts dat beplakte hout
is
gezaagd, en dat zoo alleen de legkaart ontstaan kou.
Levert
slot.
ge uit
te bezigen, als
allerlei stukjes
elkander gelegd, blijken juist in elkander te
bij
dat daarna die teekening op hout
geheel
moet
elkander gevoegd ééne volledige teekening op te leveren,
dan weet ge met
is
gaten
dom
en dat de eerste architect
in zijn verbeelding voltooid voor zich
dan zult ge toch niet zoo dwaas
uiteen
;
wel, dat
te voltooien
den bouw van dezen
Of om een nog eenvoudiger beeld
hebben
ziet
om
arbeider slechts aanvullend te werk ging,
wat de andere begonnen had, maar dat
of
de Keulsche dom,
als
onderscheidene eeuwen door personen, die elkander niet gekend
in
noch
om
u,
uitliep.
ons
nu
Schrift één machtig schoon
in gelijken zin de Heilige
zóó dat het één gouden draad
op,
is,
die
van Gen. 1:1
van Openbaringen doorloopt, dan vervalt hiermee ook
bij
tot het
de Heilige
Schriftuur de mogelijkheid, dat slechts het toeval deze geschriften bijeen
zou
hebben
gevoegd.
elkaar gevoegden
derhalve
Dan
deze Schrift niet
dat ge in die Schrift een schoon in
ziet ge
bouw voor u hebt is
;
kunnen
een keurig organisch geheel ontstaan, tenzij
;
en dat
het plan voor heel
deze Schrift, reeds eer er een enkele bladzijde van beschreven wierd, gereed lag.
En
daar nu de personen die haar
te
boek stelden, van Mozes af tot
op den apostel Johannes, meestal niets van elkaar afwisten, zoo kan hier niet
aan
onderlinge
afspraak
gedacht,
en
'
moet ge dus wel erkennen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's