E voto Dordraceno - pagina 390
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
390
XXIV. HOOFDSTUK
ZOND.
zijn lust in
om
Niet
is.
iets te
maar omdat het hem
verdienen,
hem
en omdat zijn Vader in de hemelen het van
Ook zonder
V.
,genadeloon" zou deze arbeid van het kind in huis toch
morgen den dag
altoos doorgaan, en als
alle
genadeloon wierd afgesneden,
om
zou de arbeid van Gods echte kinderen er in niets minder
Maar nu
aantrekt,
vraagt.
God genadeloon. D.
belooft
dochter en een vader tot zijn zoon zegt
:
w.
gelijk
z.
, Als
zijn.
een moeder tot haar
ge dit en dat, waar bijzondere
inspanning toe vereischt wordt, nu eens recht goed doet, zult ge dat en dat „extra" van mij hebben," zoo ook zegt kinderen op aarde
zijn
inspanning
vereischt
:
„Indien
nadragend, volbrengt, dan zal
u
ik
hemelen
offer,
is tot
waartoe veel
en vroolijk Christus zijn kiuis
goed, uit
die in de
en dat zware
dit
gij
recht
wordt,
uw Vader
gunste daarvoor een heerlijke
vrije
belooning geven." Dit nu
ligt zoo
Hoe meer een kind van God
:
zijn
in
vatbaar
ziel
wordt uitgegraven, en voor hoe meer en
Welnu,
wordt.
vulling op volgen
Eén voorbeeld dan anderen de gelding
twaalf
Gode op aarde
nog
rijker geluk,
dat er ook een rijker ver-
zal.
hitte des
daags gedragen
;
daarvoor wachtte hun een „verniet in het eeuwige leven, dat
dood zou verdienen, maar hierin, dat
zijn
tronen,
nu bestond,
oordeelende
de twaalf
hadden meer
stammen van
zij
zitten
Israël.
zouden
Dezelfde
gedachte spreekt de Heere Jezus uit in de gelijkenis van de talenten.
één
toe-
rijker genieting hij
voor
geeft Jezus ons hiervan aan. Zijn apostelen
des loons"; en deze
Jezus hun door op
worden
vatbaar
dat
in
men den waarborg van Godswege,
ontvangt
zich
en leed en smaad te dragen, hoe dieper de bedding
wijdt, ook door kruis
wordt gezet over meer dan de ander.
En
wie
De
met opmerkzaamheid
de zeven zendbrieven van Jezus in de Openbaring van Johannes aan de
kerken in Klein-Azië
hoe Jezus aan elk dier zeven kerken
zal zien,
leest,
een eigen kroon biedt, en voor elk van de zeven overwinnaars een eigen-
aardigen gelukstaat toekent.
Welnu, leven
meerder geluk, dat als kroon en sieraad
dit
dat
bijkomt,
Bergrede
op
wijst,
is
en
waarvan
hij
gebeden en aalmoezen en door het
dan
alleen
verrijkt
bij
het eeuwige
de „schat in de hemelen", waar Jezus ons in de
wordt, zoo
ons zegt, dat deze schat door onze
lijden dat
we van
alle
we om
zijns
eere onder
naams
wil dragen
menschen
afzien,
en eeniglijk doelen op de eere die God geeft.
En wierf,
hun
staat het
nu zóó met het „eeuwige leven", dat Jezus
als loon ver-
en zóó met het „genadeloon" van de kinderen, die in het huis van
Vader
werken, dan
is
het tevens duidelijk hoe het te verstaan
zij,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's