E voto Dordraceno - pagina 270
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
272
ZOND. XLIVa. hoofdstuk
III.
DEEDE HOOFDSTUK. Want
wat
al
in de wereld
is,
en de grootschheid des levens,
maar
namelijk de begeer-
en de begeerlijkheid der oogen,
lijkheid des vleesches,
den Vader,
is niet uit
de wereld.
is uit
1 Joh. 2: 16.
Thans
nog de zonde van het hegeeren in engeren zin toe
rest ons
Gebod met name
lichten, gelijk die in het Tiende
Die zonde nu
niet het
is
vrouw,
naar
hetzij
wat
naar
hetzij
naar
hart
datgene
maar
daarom
toebehoort, en
wat
Zeker
het
niet het
uwe kan
op
eender
gelijksoortig en
naar zijne
uw
naaste staat,
elkaar
zijn.
evenals
geleken,
hem
gelijkheid.
de
menschen op
looden soldaatjes uit een
speeldoos; en ook ware het denkbaar, dat ieder precies
hetzij
is,
zich in het afgetrokkene denken, dat alle
liet
precies
naasten
onder beschikking van
dat
Deze zonde nu raakt de quaestie der
aarde
bepaaldelijk het uitgaan van ons
onzes
huis of akker, hetzij naar zijn trek- of lastdier,
zijn
ook,
bestraft wordt.
algemeene opwellen van een onheilige begeerte
of van een ongeoorloofde gedachte,
begeerziek
te
mensch
huis, een precies eender stuk grond,
of elk gezin een
en precies evenveel,
volmaakt op elkaar gelijkend huisraad had. Zoo ongeveer
het leven in de kazerne, alleen nóg eentoniger en nóg eenvormiger.
Maar het een
aan
er
feit
er
ligt
nu eenmaal
boom twee
dat het niet zoo
toe,
Evenmin
is.
precies gelijke bladeren zijn, even onmogelijk
als is
het twee personen te vinden, die in alles krek op elkander gelijken. Het loopt
alles
Er bestaan tusschen
uiteen.
aanzijn
geroepen,
en
delooze
wisseling,
aan
u vermoeit
tonigheid
allen de rijkste schakeering en
Niet een arm, maar een
verscheidenheid.
God
rijk
heeft deze wereld tot
uit zijn overvloeienden goddelijken rijkdom, in einalles
een eigen vorm gegeven, zoodat niet de een-
of afmat,
maar door
aller
oog te midden der
rijkste
kleurschakeering naar de hoogste harmonie wordt gezocht.
En
hiermee nu hangt saam, dat Gods voorzienig bestel ook
's
menschen
levenslot en levensgeluk niet naar een bepaald rantsoen, en aan elk gelijke wisselt,
maat en op
gelijke wijze heeft toegemeten,
geschakeerd
het
alzoo
om
genoeg
beschikte, te
ligt
kan
en verschilt. thans
maar dat ook
met
hier alles
De vraag ivaarom God de Heere
niet principieel besproken.
zeggen, dat voor zoover
men
een tijdlang een gelijkmatige toebedeeling van
Het
zij
daar
onder menschen soms voor lot
en geluk aan allen bin-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's