Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 208

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 208

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLII. HOOFDSTUK IV.

210 familieband

te

en

sterken,

bijna

uitsluitend

om

dient

tusschen bezitter en nietrbezitter te handhaven. Thans

de tegenstelling dit

is

dan ook zoo

men aan alle formen het erfrecht niet men niet c. q. den Staat

erg geloopen, dat de vraag reeds overwogen wordt, of tuin niet een wettelijke grens zou voorschrijven, of

binnen engere graden zou beperken, en

wetgeving

Israëls

doelde

het te sterk beroofde

;

terugvloeiing van het te veel opgehoopte naar

:

edoch langs het averechtsche kanaal. De Staat kan

vreemd

nooit erfgenaam zijn, wijl hij alle

erfrecht

het,

zoo

zelfs of

Dit laatste denkbeeld nu doelt op hetzelfde waarop

zou laten meeërven.

opkomt.

En

is

aan de idee der

dan de Staat

veel beter

familie, waaruit

ware

te laten erven,

de Overheid én de regeling van den bodem, én de renteheffing

de primogenituur, én het erfrecht weer zoo regelde, dat de stuitende

én

ongelijkheid tusschen den machtigen kapitalist en den weerloozen burger

beperkt zekeren

binnen zekere grenzen, en slechts stand kon houden voor

bleve tijd.

VIERDE HOOFDSTUK. Onthoud het goed van zijne meesters niet, vermogen uwer hand la te doen. Spreuken

als het

in het

De op

Heilige Schrift gebruikt het woord „eigendom" uitsluitend

den Heere. Zie het maar

XXVI

:

CXXXV

Psalm

18,

:

in

Exod.

4 en Mal.

3: 27.

met het oog

XEK 5, Deut. VH 6, XIV 2, IH 1 7. In alle deze plaatsen wordt :

:

:

:

van Israël als het eigendom des Heeren gesproken en buiten deze plaatsen is

het door onze overzetters niet gebruikt. Zelfs kent de Schrift ten op-

zichte

en

dit

van is

het

goed de uitdrukking eigenaar niet; maar wel,

aardsche

opmerkelijk, de uitdrukking van meester. Zoo toch leest ge in

Spreuk. III: 27: „Onthoud hef goed van zijne meesters het vermogen uwer hand alleen

in

deze

breeuwschen

is

plaats voor,

tekst

daar voor, waar het het

Hebreeuwsch:

der

Kanaanieten

bij

doen."

maar

komt

toch

bacil.,

te

En

dit ligt

ditzelfde

wel komt dit

aanwees.

hetzelfde

Niet het

„bezit" stond op den voorgrond,

zoo het in

goed

aan de vertaling. In den He-

woord

ons door bezitter vertaald juist

niet,

, meester" bij

„meester" is.

Een

ook

veelal

bezitter heet in

woord dat den bekenden afgod

stoffelijk

begrip van „eigendom" en

maar wel dat van heer en meester over

zijn goed zijn, en, in dezelfde gedachtelijn, er als rentmeester over staan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 208

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's