Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 290

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 290

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XXII. HOOFDSTUK XIII.

290 zooveel

Slechts

Vaderhuis

drukte,

waar

Gods kinderen saam

al

Wat Als

wil hij zijn

hij

hij

genoeg, dat de hemel een

den

hij

Vader

bezitten zal; een

hem

zal;

en eindelijk een Vaderhuis,

en waar het hem aan

zijn,

op aarde

niets zal ontbreken.

meer? God maar

gekweld wordt,

wat

hem

dit is

beklemmen

hart niet meer

zijn

en

hij

een huis, waar

z.,

vele woningen, waarin de verlatenheid die

met

Vaderhuis

belijdt

w.

d.

is,

heeft en door geen ziekte noch lijden ooit

weet dat er daarboven loon

als hij

ja,

om

op aarde

zijn

Jezus' wil gestreden en geleden heeft,

meer

ook voor

zal,

wat vraag der

nieuwsgierigheid zou er in zijn hart dan nog oprijzen ?

Dit immers

en

is

hem

blijft

hoofdzaak: „De troon Gods en van het

Hem

zullen daarin zijn, en zijne dienstknechten zullen zijn

aangezicht

en

zien,

zijn

naam

aldaar zal geen nacht wezen, en

van

hebben,

noode

koningen heerschen in

alle

zijn.

En

zullen geen kaars noch licht der zon

zij

de Heere

want

dienen, en zullen

op hunne voorhoofden

zal

Lam

God

eeuwigheid.

verlicht hen, en

Amen,

ja,

zullen als

zij

Amen!"

NASCHRIFT. Van meer dan ééne voorgelegd,

vraag

de

recht bezaten,

om

roepelijk verloren

wat

in

zin

we geen

volstrekt

als stellig

en onher-

bedoelden, dat

beschouwen.

diene ten antwoord, dat

Hierop

we

heidenen die God niet kennen,

alle

te

na lezing van het bovenstaande, ons

zijde wierd

we met geen enkel woord het tegen-

deel staande hielden, maar alleen zoo spraken, opdat niemand in

zekeringen

een zoo schriklijk

bij

maar één

millioenen ook

iets als

zijn ver-

de eeuwige rampzaligheid van

stap verder zou gaan dan de Heilige Schrift stellig

en gebiedend eischt.

Nu

eischt de Heilige Schrift wel, dat

we een

iegelijk als verloren zullen

beschouwen, die onder het geklank des Evangelies geboren,

verworpen

nog

heeft.

Dan

is

het

hem

dit

Evangelie

een reuke des doods. Maar hierin ligt

niet stellig, dat zoo ook zonder onderscheid te oordeelen

is,

waar

alle

prediking van het Evangelie nog geheel en ten eenen male ontbrak.

Want

wel

is

de

eisch

om

zalig te

worden geloof; maar onze eigen

Belijdenis, dat ook jonggestorvene kinderen zalig

kunnen worden,

van een bewust geloof in den Christus nooit sprake geloof

dit

in

verstaan

is.

Of

opzicht

alleen

dit feit in

viel,

bij

wie,

toont, dat onder

de inplanting van het geloofsvermogen te

zulk een kind al dan niet heeft plaats gegrepen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 290

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's